Nieuwsbrief duif juni (1)
Julianalaan 7a, 6191 AL Beek, Tel: 0031-46-4371885 Boskamp@pigeonvetcenter.com
Herpes-virus
Aan het Herpes-virus heb ik al meerdere nieuwsbrieven gewijd. Toch blijven er heel vaak vragen over binnenkomen. Zeker nu de omvang van de uitbraken duidelijk lijkt toe te nemen. Genoeg reden dus om deze vervelende kwaal opnieuw in het voetlicht te plaatsen.
Ik wil deze keer echter vooral een praktische benadering kiezen, zodat het verhaal minder ‘een ver van mijn bed show’ is. Want menigeen heeft bij zijn duiven te maken met dit virus zonder dat men het zelf weet of in de gaten heeft. Het enige wat op kan vallen is dat de duiven niet goed willen trainen ondanks dat men er alles aan gedaan lijkt te hebben om ze in de juiste vorm te krijgen.
Waar we sinds 2005 zo rond eind mei en juni de meeste gevallen zagen bij vooral de jonge duiven waren dit jaar de eerste uitbraken al in februari te zien. Deze gingen gepaard met behoorlijke verliezen.
Bij sommige liefhebbers kregen de jongen nagenoeg allemaal de typische beslagen in de bek en keelholte.
Veel patiënten waren dan niet te redden. Alleen met veel moeite en inspanning lukte het de jongen erdoor te krijgen (dwangvoeding met een speciale pap etc.)
Gedurende het hele voorjaar bereikten ons berichten en zagen we duiven op het spreekuur met typische verschijnselen van het herpesvirus. Maar er waren ook genoeg gevallen waar het een vermoeden was dat herpes een rol speelde.
Als er een herpesvirusinfectie op een hok rondwaart kan deze nagenoeg symptoomloos verlopen. Zeker in de maanden buiten het vliegseizoen. Het enige wat in die periode dan opvalt is dat de duiven een tikkeltje lusteloos zijn.
Maar ook in die rustige periodes kunnen er duiven tussen zitten met de typische geelwitte beslagen in de bek. Veel liefhebbers denken dan aan een besmetting met het geel en kuren hier dan tegen zonder effect. Meerdere keren ben ik dan ook opgebeld door een liefhebber die me meldde dat de duiven niet goed op een geelbehandeling reageerden. Meestal werd deze mededeling gevolgd door de vraag of er soms een zwaarder middel te krijgen was.
In het rustige seizoen kunnen de symptomen dus best meevallen. Zeker bij de oudere duiven en jaarlingen. Maar zoals gezegd zagen we dit jaar al vroeg vrij ernstige gevallen.
Tijdens het vliegseizoen kunnen deze milde gevallen best al voor grote problemen zorgen. Men heeft alles gedaan wat men moest doen om de duiven gezond aan de start te krijgen. Zo nodig na onderzoek een geelkuur. Soms zegt een dierenarts zelfs dat de kelen iets te rood zijn. Maar op een vraag of de duiven slecht trainen valt vaak te horen dat het beter kon, maar dat het nog wel meevalt.
Verder onderzoek levert dan vaak weinig op. Wat streptococcen of staphylococcen bij een bacteriologisch onderzoek. Moeten de duiven presteren dan geven ze niet thuis. Ze komen veel te laat en zelfs ervaren duiven blijven achter. Ook als de weersomstandigheden niet tegenzitten. Maar als dat ook nog het geval is dan kunnen de verliezen fors zijn.
Als de duiven te laat komen wordt vaak een luchtwegkuur gegeven aan de duiven. Maar de week later blijven er weer (teveel) duiven achter. “Hoe kan dat nu? Volgens mij is die kuur niet sterk genoeg…” is een dan veel gehoorde opmerking.
Als je als duivenarts de duiven dan onderzoekt vind je in de krop vaak meer ontstekingscellen dan normaal. De mogelijkheid wordt geopperd dat er dus Herpes in het spel kan zijn.
“Dan doet U me daar maar een goede kuur voor”, krijg je dan vaak te horen.
Maar helaas Herpes is een virusinfectie en net als bij de griep moeten de duiven het uitzieken. En dat kost tijd. En tijd heeft een duivenmelker in het seizoen niet. Er moet immers een onmiddellijke oplossing komen.
Dat alle antibiotica die in deze gevallen voorgeschreven worden alleen maar de secundaire (= bijkomende) infecties behandelen wil men liever niet horen.
“Maar die en die heeft een kuur gekregen en na een paar dagen vlogen de duiven best weer.” Dat kan best. De oorzaak is dan gelegen in het feit dat de kuur de secundaire infecties heeft weggewerkt en de duiven zelf afweer hebben opgebouwd tegen het virus.
Maar normaal gesproken heeft een herpesinfectie tijd nodig om door het hele hok te trekken. Maar het heeft ook tijd nodig voordat de duiven weer de oude zijn. Met en zonder ondersteuning door antibiotica. Naarmate de duiven jonger zijn duurt de genezing ook langer.
Jonge duiven.
Herpes bij jonge duiven is een verhaal op zich. De jongen kunnen lekker vliegen rond het hok. Kogelrond ingekorfd worden om dan ’s zondags voor een derde tot de helft niet meer thuis te komen. Allerlei reden hiervoor worden dan gezocht. Zeker als het massaal gebeurt.
Vaak zijn het maar een of twee jonge duiven op een totaal van honderd die de typische beslagen in de bek krijgen.
Soms beginnen de jongen met overgeven. Gelet op de tijd van het jaar wordt dan snel geroepen. “Ik heb de coli aan mijn jongen, maar ze reageren niet op de kuur’
In Duitsland wordt dan ook een betere term gebezigd: “Juntierkrankheit”. Want de laatste jaren zien we steeds meer mengvormen met zowel, streptococcen, E. Coli al dan niet met het Adenovirus en het Herpesvirus. Soms doen ook nog hexamiten en trichomonen een duit in het zakje en dan kun je met recht spreken van het Jongdiercomplex.
Maar goed, het zal je maar gebeuren dat je jongen voor een kwart tot een derde achterblijven op de eerste de beste vlucht. Wat moet je in die gevallen nu net niet doen? Juist ja, de rest door blijven spelen. De kans is namelijk groot dat de week erop de besmetting op uitbreken staat bij de overgebleven duiven waardoor er weer jongen achterblijven. En daar trekken we de jongen toch niet voor. Het beste advies is dan om de jongen dan bij de late jongen te spelen. Ze hebben dan de infectie verwerkt en kunnen de vluchten aan.
Ik mag hopen dat het dit jaar mee zal vallen, maar als ik zie dat we al vroeg in het seizoen met dit virus te maken hadden zou dit wel eens ijdele hoop kunnen zijn.
Goed, ik doe mijn verhaal in de kliniek en krijg dan steevast te horen. ‘Ja maar dokter, is er dan echt geen medicijn dat U kunt voorschrijven?’
En dan probeer ik nogmaals uit te leggen dat het om een virus gaat en dat de jongen mogelijk sneller genezen met een medicijn omdat de bijkomende infecties weggenomen worden maar dat dit geen garantie is dat ze snel weer de oude zullen zijn.
Geduld is in deze het beste medicijn.
Kunnen we dan echt niets?
Natuurlijke aanpak.
De weerstand verhogen helpt dat dan niet? Zeker helpt dat. Neem nou de liefhebber die een nieuwe stam duiven wilde opbouwen. Hij had bij diverse vooraanstaande liefhebbers hele mooie jongen op de kop weten te tikken en had die bij elkaar op het hok gezet. Om ze zo goed mogelijk te ondersteunen had hij de kaarten ingezet op een gedegen natuurlijke ondersteuning. Zuren, weerstandondersteunende middelen enzovoort. Geen medicijnen. De jongen gingen hartstikke goed. Een lust voor het oog. Totdat er enkele mager werden en uitvielen. Toen dit aantal opgelopen was tot vijf in drie weken consulteerde hij me. Ik sprak het vermoeden uit dat er herpes in het spel was, ook omdat de duiven er verder piekfijn opstonden en goed aanvoelden.
Je zou dan kunnen zeggen dat die weerstandverhogende middelen ook niet helpen. De duiven hebben het virus immers toch opgelopen. Ik vind zoiets dan kortzichtig. De duiven maken het virus door en enkele zwakkere broeders kunnen het niet bijbenen. Selecteren is dan mijn advies. Niet gelijk met de medicijnpot erover heen. Herpes is een virus.
Hokken waar bovenstaand scenario speelt maar waar geen weerstandondersteunende maatregelen worden getroffen daar zie je vaak dat de jongen veel verder terugzakken en de bijkomende infecties veel meer grip krijgen op de diertjes waardoor medicinaal ingrijpen dan absoluut noodzakelijk wordt om te voorkomen dat de jongen aan de bijkomende infecties te gronde gaan.
Praktijk ervaring wijst uit dat een natuurlijke ondersteuning van de jongen bij een herpesuitbraak de schade wel degelijk kan helpen beperken. Zelf sta ik voor jongen duiven achter de combinatie, Bony-Sambucca-plus, Basiskern, BMT, Probiotica en Nucleovit of Oregano. Maar er zijn ook andere mogelijkheden. Waar het om gaat is dat we de duiven het gereedschap geven om de aanval van het virus zo goed mogelijk te doorstaan.
Krijgen de secundaire infecties de overhand dan kan een medicijnkuur noodzakelijk zijn. Deze moet dan wel voldoende lang gegeven worden om terugval te voorkomen.
Zelf ben ik in dit soort gevallen absoluut geen voorstander van Baytril. Immers het betreft een virusinfectie en daar werkt Baytril ook niet tegen. Baytril en jonge duiven is geen ideale combinatie.
Achtergrond van het virus
Het herpesvirus staat wetenschappelijk bekend als DHV1. Veel van de infecties met het herpesvirus verlopen subklinisch. Er zijn veel duiven latent besmet met het herpesvirus.
Herpesvirussen kunnen zich terugtrekken tot langs de zenuwbanen. Ze kunnen daar als het ware in rust gaan. De dieren zijn dan zgn. latent besmet. Deze duiven hoeven dan ook absoluut geen ziekteverschijnselen te vertonen. Als er echter (kortstondige) stress optreedt kan het virus zich plotseling gaan manifesteren. De duiven kunnen als de weerstand niet hoog genoeg is dan de typische beslagen in de bek krijgen. De dieren gaan dan massaal virus uitscheiden waardoor andere duiven met een verminderde weerstand het virus oplopen. De infectiedruk stijgt.
Als dergelijke duiven in een transport zitten kan het virus ongeveer een week later bij de andere duiven die ook in de duivencabines zaten problemen veroorzaken, al dan niet met zichtbare verschijnselen.
Normaal gesproken is het zo dat de jongen al vroeg besmet worden, vaak al bij het azen door de ouderdieren. Ze hebben dan nog bescherming door de afweerstoffen die ze van de moeder hebben meegekregen (zgn. maternale antistoffen). Er treden dan meestal geen klinische verschijnselen op maar de duiven blijven wel levenslang besmet.
Klinische verschijnselen zijn te verwachten bij duiven die geen antistoffen heeben zodra deze met het virus in aanraking komen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als aangekochte jongen bij de eigen jongen worden geplaatst. Na 5-7 dagen kunnen dan ziekteverschijnselen optreden. Wanneer er dan sterke virusvermeerdering plaats vindt kan de infectiedruk zo hoog oplopen op het hok dat ook eigen jonge duiven met weinig antistoffen ziekteverschijnselen gaan vertonen. Het virus kan op deze wijze lange tijd actief blijven op een hok. Met alle gevolgen van dien natuurlijk voor het jonge-duivenspeelseizoen. Het herstel bij een zwaardere virusbesmetting kan wel één tot drie weken duren.
Zoals gezegd zal tijdens stresssituaties, zoals die optreden bij transporten in de manden, duiven deze virussen en masse uit gaan scheiden. Dit zal natuurlijk eerder gebeuren als de duiven weinig weerstand hebben en/of andere ziekten in meer of mindere mate herbergen. Het is dan in de aanloop naar de opleervluchten verstandig de duiven te laten nazien op verborgen kwalen, zodat deze tijdig bestreden kunnen worden, indien nodig, om in geval van een besmetting met het herpesvirus sneller hiervan te kunnen herstellen.
Onderzoek in Duitsland heeft uitgewezen dat in de maand juli een piek bereikt wordt in de uitscheiding van het virus tijdens het vervoer en dat dan wel tot 60% positieve mestmonsters gevonden kunnen worden.
Meer dan 50% van de duiven heeft antistoffen tegen dit virus.
Uit eigen ervaring weten we dat het belang van het herpesvirus de laatste jaren begint toe te nemen. Niet alleen zien we al vroeger gevallen dan gebruikelijk, ook lijkt de ernst van de uitbraken toe te nemen. Het lijkt erop dat ieder jaar meer jonge duiven achterblijven. Sommige verdwijnen zelfs (massaal) aan huis.
Met name jonge duiven tussen de 2 en 10 weken kunnen klinische verschijnselen gaan vertonen.
Symptomen
Als we het totale symptomenbeeld hier opsommen, moet men bedenken dat dit maar in een beperkt aantal van de gevallen als zodanig voorkomt. Veelal is er slechts een fractie van deze verschijnselen waarneembaar. Dat maakt het stellen van een Herpesvirusbesmetting daarom vaak tot een moeilijk te stellen diagnose aan de hand van alleen de klinische verschijnselen. Zeer typische herpesverschijnselen uiten zich met gelige beslagen in de mond en keelholte. Deze beslagen liggen in tegenstelling tot diphterische beslagen of beslagen bij zeer ernstige geelbesmettingen (die tegenwoordig nog maar zeer sporadisch voorkomen) als een vliesje los op het slijmvlies van de mond, tong en keel. Het virus geeft dus vooral aantasting van de voorste luchtwegen en de mond- en keelholte en de luchtpijp, de krop en de slokdarm. Door de aantasting van de krop kunnen de duiven nauwelijks voer verteren en de eetlust verdwijnt daardoor ook bijna geheel. Hoewel het dus vooral een ziektebeeld is dat we zien bij duiven tussen de twee en de tien weken, kunnen deze verschijnselen ook voorkomen bij oudere duiven. Bij heftige uitbraken kan meer dan de helft van de duiven sterven aan de gevolgen van de virusbesmetting. Maar de mate waarin de verschijnselen optreden is ook afhankelijk van de weerstand van de duiven en zeker ook van de kracht (virulentie) van het virus. Dit laatste varieert nogal eens zodat de mate waarin de verschijnselen optreden ieder jaar nog wel eens kan variëren. Vaak hebben we slechts te maken met milde symptomen waarbij we soms als enige het vliesje voor het oog zien.
Andere aandoeningen waarbij we dus beslagen in de bek kunnen aantreffen zijn het Geel, de pokken-diphterie en Candidiasis. En af en toe ingedroogd slijm na een zware vlucht. Bij pokken-diphterie en het Geel zijn de beslagen toch meer kaasachtig en hebben daardoor toch een ander aspect.
Omdat het merendeel van de Herpesvirusinfectie toch nog steeds een redelijk mild verloop hebben, is de rol van dit virus vooral van belang in het geheel van het Ornithose-complex. Tegen het virus zelf is namelijk weinig of niets te beginnen. Hebben we te maken met een ernstige besmetting dan wordt preventief medicatie gegeven om de duiven te ondersteunen om op die manier te voorkomen dat ze aan bijkomende infecties te gronde gaan. Is er sprake van waardevolle duiven dan kan men trachten om middels het toedienen van Acyclovir gedurende een tiental dagen de ernst van de aandoening te temperen en de invloed van het virus enigszins te beteugelen. Wonderen moet men dan niet verwachten. Daarnaast kan men bij ernstig aangetaste duiven de individuele dieren ondersteunen met Marbocap en Synulox. Een vaccin tegen het Herpesvirus is in de Benelux en Duitsland helaas ook nog niet beschikbaar, zodat we enkel kunnen trachten de gevolgen van secundaire (bijkomende) infecties te beteugelen. In geval van een herpesvirusinfectie kan het van nut zijn het hok te ontsmetten met Koudijs-droogontsmetter of met de Biologische vernevelaar. Mogelijk dat op deze manier de infectiedruk van het virus iets wordt vermindert doordat de hoeveelheid vrij zwevende virusdeeltjes wordt vermindert.
Zoals eerder vermeld speelt het Herpesvirus voornamelijk zijn rol in het geheel van het Ornithose-complex. Omdat tegen enkele ziekteverwekkers die onderdeel zijn van het Ornithose-complex wel medicijnen bestaan is menig duivenliefhebber geneigd te denken dat er ook tegen het Herpesvirus medicinaal kan worden opgetreden. Dit is een hardnekkig misverstand dat soms tot nogal wat frustratie bij liefhebbers kan leiden. Het geven van medicijnen in geval van een overwegend Herpesbesmetting is zonder meer raadzaam om erger door bijkomende infecties te voorkomen. Maar het is en blijft een illusie te denken dat we de infectie met antibiotica kunnen genezen.
De aandachtige lezer zal het nu wel duidelijk zijn dat het ook bij deze infectie vooral aankomt op preventie. Preventie houdt in dit geval ook weer in dat we moeten zorgen dat we de weerstand van de jonge duiven zo hoog mogelijk moeten zien te houden waardoor de duiven zelf zo veel mogelijk in staat zijn om zo snel mogelijk van de virusbesmetting te herstellen. Het is evenwel niet zo dat als we preventief weerstandsverhogende middelen geeft zoals de Sambuccaplus, Oregano of Basiskern dat men dan verzekerd is dat men gevrijwaard blijft van het Herpes-virus of andere virussen. Wel zorgt men op deze manier dat de duiven meer gereedschap in handen krijgen om zelf af te rekenen met deze aanvallers. Het herstel van deze besmettingen zal daardoor zeker bespoedigd worden zo blijkt in de praktijk.
Wees er dus alert op dat er sprake kan zijn van een Herpesvirusuitbraak. Wees er zeker alert op indien U vindt dat de duiven maar slecht van hun “coli-besmetting” af te helpen zijn. We zien steeds vaker liefhebbers die er van overtuigd zijn dat er sprake is van een besmetting met het Adenovirus, al dan niet verergerd door een E. Coli-besmetting terwijl er in werkelijkheid sprake is van een Herpesvirusbesmetting. Rust is van groot belang bij een agressieve Herpesvirusuitbraak om te voorkomen dat er onnodig veel duiven achterblijven tijdens de (leer-)vluchten.
Ons advies bij (Herpes)-virusinfecties:
1. preventief de weerstand voor het seizoen zo hoog mogelijk zien te houden door bijvoorbeeld Bony-SGR te verstrekken. Het is dus geen garantie dat de besmetting niet kan plaatsvinden maar doorgaans zijn de duiven sneller hersteld.
2. Voor de opleervluchten de infectiedruk van secundaire infecties zo laag mogelijk houden door indien nodig te kuren tegen aanwezige andere infecties, zoals het Geel, Hexamitiasis en Coccidiose.
e. Na de wedvluchten preventief ontsmetten. Dit geldt dan met name als er sprake is van een hoge infectiedruk in de eigen vereniging. Immers neemt de kans op uitbraken toe als er meer verborgen kwalen aanwezig zijn.
5. In geval van een uitbraak van het Herpesvirus de duiven op rust zetten en uit laten zieken. Te vaak worden duiven die op het oog nog goed uitzien de week na desastreuze verliezen toch nog ingekorfd waarna de teleurstelling van de week eerder zich kan herhalen.
6. Is er sprake van een ernstige uitbraak dan kan het nuttig zijn om te kuren tegen secundaire (=bijkomende) infecties zodat de dieren ook niet nog eens met deze kwalen zwaar de strijd moeten aanbinden. Ook extra vitamine en of Bony-Sambuccaplus kunnen ondersteunend werken.
7. De duiven zelf richten om onnodige verliezen te voorkomen en/of de jongen pas spelen bij de volgende ronde.
Al met al kunnen we stellen dat de problematiek rond het Herpesvirus ernstiger lijkt te worden. Mogelijk dat de uitbraken van het Circovirus die sedert het begin van deze eeuw meer en meer optraden een rol hebben gespeeld bij het ernstige worden van de verschijnselen van het Herpesvirus. Immers een twintigtal jaren geleden maakte weinig duivenartsen zich echt zorgen over dit virus. Het is te hopen dat er toch nog een firma is binnen de medicijnindustrie die de duivensport een warm hart toedraagt waardoor men zich geroepen voelt ook in onze regio’s een vaccin tegen dit virus op de markt te brengen. Het zou mogelijk veel frustraties kunnen voorkomen.
Succes
Peter Boskamp
Posts tonen met het label BOSKAMP PETER. Alle posts tonen
Posts tonen met het label BOSKAMP PETER. Alle posts tonen
zondag 30 mei 2010
vrijdag 21 mei 2010
BOSKAMP PETER NIEUWSBRIEF DUIF MEI 2010 (3)
Nieuwsbrief duif mei 2010 (3)
Julianalaan 7a, 6191 AL Beek, Tel: 0031-46-4371885 Boskamp@pigeonvetcenter.com
Fondduiven
De medische begeleiding van de duivensport kent veel variaties, ofschoon dit doorgaans behoorlijk over het hoofd wordt gezien en alles veelal min of meer op een hoop wordt gegooid.
Het maakt natuurlijk nogal verschil of je over de medische begeleiding van vitesseduiven spreekt in vergelijking met fondduiven. Ook midfondduiven hebben een andere benadering nodig.
Kortom de soort wedstrijden waaraan duiven mee doen kan wel degelijk van belang zijn in relatie tot de medische begeleiding.
Ook de regelmaat waarmee de duiven mee moeten op de vluchten speelt een belangrijke rol. Hoe lang is de recuperatietijd. Het programma in Duitsland eist een snelle recuperatie en daar mag weinig aan het toeval overgelaten worden. De fondvluchten bieden wat dat betreft meer mogelijkheden en kunnen dus op een heel andere manier worden benaderd.
Door de medische begeleiding op een hoop te gooien halen we niet alle mogelijkheden eruit die er zijn, maar evenmin doen we de duiven recht.
Als we kijken aar de fondduiven dan dient de medische benadering totaal anders te zijn dan bij programmaduiven. Immers de programmaduiven moeten nu tiptop aan de start verschijnen, terwijl de fondduiven aan het begin van het seizoen vooral vliegkilometers moeten maken.
Desalniettemin hebben fondliefhebbers natuurlijk wel de morele verplichting om te zorgen dat hun duiven ook bij deze, voor hen, trainingsvluchten, gezond de manden in gaan. Het past dan niet om te stellen dat ze nog niets aan de gezondheid hoeven te doen omdat ze ‘er toch nog niet hoeven te staan’ . Dat mag vanuit eigen standpunt correct geacht worden, ofschoon ik zlefs dat betwijfel. Ook hier geldt weer de morele plicht ten opzichte van de collega duivenmelkers die met hun programmaduiven wel degelijk hun mannetje moeten staan en er niet op staan te wachten dat hun duiven een zware geelbesmetting oplopen omdat collega’s het (nog) niet zo nauw nemen met de gezondheidszorg. We moeten met zijn allen beseffen dat we in de duivensport met topsport bezig zijn en dat dit om zelfdiscipline vraagt.
Ik vind het vanzelfsprekend dat iedere liefhebber de collegialiteit moet opbrengen om geen zieke en verdachte duiven in te korven. Ook op die manier kunnen we het overmatige gebruik van medicijnen samen terugdringen.
Maar los daarvan is het een foutieve veronderstelling om er van uit te gaan dat men duiven die besmet zijn met trichomonas, wormen of coccidiose om zelfs niet te spreken van luchtweginfecties trainingskilometers te kan laten maken omdat ze er nog niet hoeven te staan. Duiven die deze kwalen herbergen zullen een bovenmaatse inspanning moeten leveren die ten koste gaat van de spier- en vormopbouw. Deze duiven kunnen zich niet adequaat voorbereiden op het eigenlijke werk waarvoor ze gehouden worden. Om trainingsopbouw naar behoren en efficiënt te laten functioneren is het een eerste vereiste dat de duiven gezond zijn.
In het kader om het gebruik van medicijnen terug te dringen zijn we begin 2009 met een kleinschalig onderzoek begonnen om de veronderstellingen die we al lang hadden ook te kunnen aantonen. Een van deze veronderstellingen was dat een goede preventieve gezondheidszorg waarbij de nadruk ligt op het zo hoog mogelijk houden van de weerstand, het uitbreken van ziekte kan beperken en de noodzaak om antibiotica en chemotherapeutica in te zetten daardoor terugdringt.
Omdat de resultaten eigenlijk boven verwachting zijn tot nu toe, willen we een en ander al met u delen.
Begin 2009 vatten we het plan op om de duiven in de diverse categorieën te gaan vervolgen. Ik beperk me in dit verslag tot de fondduiven.
Het onderzoek beperkte zich tot een aantal fondduivenhokken. Enkele daarvan hadden in de jaren voorafgaand aan het onderzoek in het voorjaar vaak geelbesmettingen waarbij de infectiegraad zo hoog was dat ik soms bang was dat de trichomonaden er met mijn microscoop vandoor zouden gaan. Zo zwart zag het dan van de parasieten in het gezichtsveld. Zwaar kuren was dan ook vaak noodzakelijk in die gevallen.
Verloop van het onderzoek.
We hebben in 2009 voor de kweek de duiven gecontroleerd op het geel, coccidiose en wormen. Waar nodig werd op de eieren de gebruikelijke geelkuur gegeven. De duiven kregen de Bony-SGR en de Bony omega 3 kweekolie.
De jongen uit deze duiven werden gecontroleerd op het geel en omdat deze vrij waren werd er geen medicament toegediend.
We beperkten ons bij deze jongen tot augustus tot de Bony M mineralen, Bony-SGR, twee maal per week en Bony-kweekolie 2 x per week.
Na de fondvluchten van 2009 begon het eigenlijke onderzoek. De jongen zowel als de vliegduiven kregen 2 x per week Bony-SGR, Bony M mineralen, 1 x in de 14 dagen 10 druppels Bony-mineral en één maal per week Bony-BMT, Basiskern en Nuceovit. Dit laatste alle drie te samen over het voer. Verder voer van een gemiddeld goede samenstelling. En zuiver drinkwater op de dagen dat ze geen Bony-SGR kregen toegediend.
De combinatie van voedingssupplementen zoals beschreven moest er voor zorgen dat de duiven op een natuurlijke manier gezond werden gehouden.
Afgesproken werd dat er geen medicijnen werden verstrekt zolang er zich daartoe geen noodzaak aan zou dienen.
Om de noodzaak vast te stellen werden de duiven iedere 4-6 weken gecontroleerd. Hierbij werd de mest ook op kweek gezet. Daarnaast werd de mest microscopisch onderzocht, de duiven individueel beoordeeld en keeluitstrijkjes gemaakt. Omdat het een testonderzoek betrof werd ook bacteriologisch onderzoek van luchtwegen en krop verricht.
De verwachting was dat de duiven maar in beperkte mate klachten zouden vertonen tijdens de herfst en de wintermaanden.
Bij onderzoek kwam echter aan het licht dat de duiven op een enkele verdwaalde coccidie geen afwijkingen vertoonden. In december stonden de duiven er tiptop op. Ze waren voor de tijd van het jaar eigenlijk gemiddeld genomen te goed te noemen.
Wat ons verbaasde was dat ook het geel zich niet liet zien in deze hele periode.
Vanaf januari 2010 werden de duiven om de 4 weken bekeken. De jarige duiven hadden zich (mogelijk door de toepassing van de nucleovit zeer goed ontwikkeld en hadden zelfs meer body dan de oude kon men haast zeggen).
Het geheel van de basiscombinatie die gebruikt was leek zijn vruchten inderdaad af te werpen en de medicatie tot een minimum te kunnen beperken.
Er dient op gewezen te worden dat deze jongen uit 2009 vanaf hun geboorte tot op heden geen enkel medicijn toegediend hebben gekregen! Maar dan ook helemaal niets.
Het was natuurlijk ook van belang om te weten hoe deze duiven zich zouden houden tijdens de invliegvluchten. De duiven waren afgelopen week gemiddeld drie keer ingekorfd door de respectievelijke liefhebbers toen ze op maandelijkse controle kwamen. Ik heb nog niet alle duiven teruggezien maar van de duiven die ik terugzag was er slechts één enkele die nu enkele geelparasieten bij zich droeg. Het betrof een jaarling die dus nog nooit iets tegen het geel had ontvangen.
De overige duiven waren schoon op de luchtwegen en slechts één van de andere duiven vertoonde een lichte irritatie op de luchtwegen.
We kunnen met een grote mate van zekerheid zeggen dat deze duiven de genoemde infecties en irritatie in de transportmanden hebben opgelopen.
We kunnen dan ook de conclusie trekken dat controle tijdens de wedvluchten in geval van een medische begeleiding waarbij de duiven met een minimum aan medicatie worden begeleid, wel noodzakelijk blijft.
Als we nu zien dat we in mei zitten dan kunnen we dus stellen dat het bij fondduiven volstrekt mogelijk moet zijn deze duiven vrij te houden van luchtweginfecties en andere veel voorkomende ziekten van duiven door ons te richten op een verbetering van de afweer en een optimaliseren van de gezondheid in preventieve zin. En daartoe, zo blijkt uit dit kleinschalig onderzoekje, zijn veelal geen medicijnen noodzakelijk.
De genoemde oudere fondduiven hebben dus nu al 9 maanden volstrekt geen medicatie gehad.
In het verloop van dit onderzoek krijgen de duiven die aangetast zijn een individuele behandeling om het effect van de diverse vluchten op de gezondheid van de duiven goed in beeld te kunnen brengen. De ene duif die nu een lichte geelbesmetting had is wel individueel behandeld om te zorgen dat de duif in de manden geen verspreider wordt van het geel, ook al had hij slechts enkele parasieten in het keeluitstrijkje.
Nadat deze duiven de komende invliegvluchten (we leven nu rond 1 mei als ik dit schrijf) achter zich hebben worden ze nogmaals bekeken en vanaf daar worden ze klaar gemaakt voor het eigenlijke werk, de fondvluchten.
Daarbij wordt indien noodzakelijk gericht gewerkt met medicijnen, maar vooral met voedingssupplementen die de vorm verbeteren en ondersteunen.
De bedoeling is dat we gaan zien en/of bewijzen of een minimalistische toepassing van medicijnen, maar een verstandige en gerichte toepassing van voedingssupplementen de duiven verder brengt, dan het frequent inzetten van medicijnen zoals zo vaak gedacht wordt door de aanhangers van de medicijnpotjes.
Mogelijk dat boze tongen na lezing van bovenstaande willen beweren dat ik voor eigen parochie sta te preken. Niets is minder waar. We hebben bovenstaande basiscombinatie in de loop der tijd ontwikkeld en zien dat de werkzaamheid goed te noemen is. Er zullen ongetwijfeld ook andere combinaties zijn met natuurlijke middelen die zich bewezen hebben. Waar het mij alleen om gaat is aan te tonen dat het niet noodzakelijk is de duiven vol te stoppen met medicijnen, mits we maar zorgen dat de basisweerstand van onze topsporters goed blijft.
(wordt vervolgd)
Succes
Peter Boskamp
Julianalaan 7a, 6191 AL Beek, Tel: 0031-46-4371885 Boskamp@pigeonvetcenter.com
Fondduiven
De medische begeleiding van de duivensport kent veel variaties, ofschoon dit doorgaans behoorlijk over het hoofd wordt gezien en alles veelal min of meer op een hoop wordt gegooid.
Het maakt natuurlijk nogal verschil of je over de medische begeleiding van vitesseduiven spreekt in vergelijking met fondduiven. Ook midfondduiven hebben een andere benadering nodig.
Kortom de soort wedstrijden waaraan duiven mee doen kan wel degelijk van belang zijn in relatie tot de medische begeleiding.
Ook de regelmaat waarmee de duiven mee moeten op de vluchten speelt een belangrijke rol. Hoe lang is de recuperatietijd. Het programma in Duitsland eist een snelle recuperatie en daar mag weinig aan het toeval overgelaten worden. De fondvluchten bieden wat dat betreft meer mogelijkheden en kunnen dus op een heel andere manier worden benaderd.
Door de medische begeleiding op een hoop te gooien halen we niet alle mogelijkheden eruit die er zijn, maar evenmin doen we de duiven recht.
Als we kijken aar de fondduiven dan dient de medische benadering totaal anders te zijn dan bij programmaduiven. Immers de programmaduiven moeten nu tiptop aan de start verschijnen, terwijl de fondduiven aan het begin van het seizoen vooral vliegkilometers moeten maken.
Desalniettemin hebben fondliefhebbers natuurlijk wel de morele verplichting om te zorgen dat hun duiven ook bij deze, voor hen, trainingsvluchten, gezond de manden in gaan. Het past dan niet om te stellen dat ze nog niets aan de gezondheid hoeven te doen omdat ze ‘er toch nog niet hoeven te staan’ . Dat mag vanuit eigen standpunt correct geacht worden, ofschoon ik zlefs dat betwijfel. Ook hier geldt weer de morele plicht ten opzichte van de collega duivenmelkers die met hun programmaduiven wel degelijk hun mannetje moeten staan en er niet op staan te wachten dat hun duiven een zware geelbesmetting oplopen omdat collega’s het (nog) niet zo nauw nemen met de gezondheidszorg. We moeten met zijn allen beseffen dat we in de duivensport met topsport bezig zijn en dat dit om zelfdiscipline vraagt.
Ik vind het vanzelfsprekend dat iedere liefhebber de collegialiteit moet opbrengen om geen zieke en verdachte duiven in te korven. Ook op die manier kunnen we het overmatige gebruik van medicijnen samen terugdringen.
Maar los daarvan is het een foutieve veronderstelling om er van uit te gaan dat men duiven die besmet zijn met trichomonas, wormen of coccidiose om zelfs niet te spreken van luchtweginfecties trainingskilometers te kan laten maken omdat ze er nog niet hoeven te staan. Duiven die deze kwalen herbergen zullen een bovenmaatse inspanning moeten leveren die ten koste gaat van de spier- en vormopbouw. Deze duiven kunnen zich niet adequaat voorbereiden op het eigenlijke werk waarvoor ze gehouden worden. Om trainingsopbouw naar behoren en efficiënt te laten functioneren is het een eerste vereiste dat de duiven gezond zijn.
In het kader om het gebruik van medicijnen terug te dringen zijn we begin 2009 met een kleinschalig onderzoek begonnen om de veronderstellingen die we al lang hadden ook te kunnen aantonen. Een van deze veronderstellingen was dat een goede preventieve gezondheidszorg waarbij de nadruk ligt op het zo hoog mogelijk houden van de weerstand, het uitbreken van ziekte kan beperken en de noodzaak om antibiotica en chemotherapeutica in te zetten daardoor terugdringt.
Omdat de resultaten eigenlijk boven verwachting zijn tot nu toe, willen we een en ander al met u delen.
Begin 2009 vatten we het plan op om de duiven in de diverse categorieën te gaan vervolgen. Ik beperk me in dit verslag tot de fondduiven.
Het onderzoek beperkte zich tot een aantal fondduivenhokken. Enkele daarvan hadden in de jaren voorafgaand aan het onderzoek in het voorjaar vaak geelbesmettingen waarbij de infectiegraad zo hoog was dat ik soms bang was dat de trichomonaden er met mijn microscoop vandoor zouden gaan. Zo zwart zag het dan van de parasieten in het gezichtsveld. Zwaar kuren was dan ook vaak noodzakelijk in die gevallen.
Verloop van het onderzoek.
We hebben in 2009 voor de kweek de duiven gecontroleerd op het geel, coccidiose en wormen. Waar nodig werd op de eieren de gebruikelijke geelkuur gegeven. De duiven kregen de Bony-SGR en de Bony omega 3 kweekolie.
De jongen uit deze duiven werden gecontroleerd op het geel en omdat deze vrij waren werd er geen medicament toegediend.
We beperkten ons bij deze jongen tot augustus tot de Bony M mineralen, Bony-SGR, twee maal per week en Bony-kweekolie 2 x per week.
Na de fondvluchten van 2009 begon het eigenlijke onderzoek. De jongen zowel als de vliegduiven kregen 2 x per week Bony-SGR, Bony M mineralen, 1 x in de 14 dagen 10 druppels Bony-mineral en één maal per week Bony-BMT, Basiskern en Nuceovit. Dit laatste alle drie te samen over het voer. Verder voer van een gemiddeld goede samenstelling. En zuiver drinkwater op de dagen dat ze geen Bony-SGR kregen toegediend.
De combinatie van voedingssupplementen zoals beschreven moest er voor zorgen dat de duiven op een natuurlijke manier gezond werden gehouden.
Afgesproken werd dat er geen medicijnen werden verstrekt zolang er zich daartoe geen noodzaak aan zou dienen.
Om de noodzaak vast te stellen werden de duiven iedere 4-6 weken gecontroleerd. Hierbij werd de mest ook op kweek gezet. Daarnaast werd de mest microscopisch onderzocht, de duiven individueel beoordeeld en keeluitstrijkjes gemaakt. Omdat het een testonderzoek betrof werd ook bacteriologisch onderzoek van luchtwegen en krop verricht.
De verwachting was dat de duiven maar in beperkte mate klachten zouden vertonen tijdens de herfst en de wintermaanden.
Bij onderzoek kwam echter aan het licht dat de duiven op een enkele verdwaalde coccidie geen afwijkingen vertoonden. In december stonden de duiven er tiptop op. Ze waren voor de tijd van het jaar eigenlijk gemiddeld genomen te goed te noemen.
Wat ons verbaasde was dat ook het geel zich niet liet zien in deze hele periode.
Vanaf januari 2010 werden de duiven om de 4 weken bekeken. De jarige duiven hadden zich (mogelijk door de toepassing van de nucleovit zeer goed ontwikkeld en hadden zelfs meer body dan de oude kon men haast zeggen).
Het geheel van de basiscombinatie die gebruikt was leek zijn vruchten inderdaad af te werpen en de medicatie tot een minimum te kunnen beperken.
Er dient op gewezen te worden dat deze jongen uit 2009 vanaf hun geboorte tot op heden geen enkel medicijn toegediend hebben gekregen! Maar dan ook helemaal niets.
Het was natuurlijk ook van belang om te weten hoe deze duiven zich zouden houden tijdens de invliegvluchten. De duiven waren afgelopen week gemiddeld drie keer ingekorfd door de respectievelijke liefhebbers toen ze op maandelijkse controle kwamen. Ik heb nog niet alle duiven teruggezien maar van de duiven die ik terugzag was er slechts één enkele die nu enkele geelparasieten bij zich droeg. Het betrof een jaarling die dus nog nooit iets tegen het geel had ontvangen.
De overige duiven waren schoon op de luchtwegen en slechts één van de andere duiven vertoonde een lichte irritatie op de luchtwegen.
We kunnen met een grote mate van zekerheid zeggen dat deze duiven de genoemde infecties en irritatie in de transportmanden hebben opgelopen.
We kunnen dan ook de conclusie trekken dat controle tijdens de wedvluchten in geval van een medische begeleiding waarbij de duiven met een minimum aan medicatie worden begeleid, wel noodzakelijk blijft.
Als we nu zien dat we in mei zitten dan kunnen we dus stellen dat het bij fondduiven volstrekt mogelijk moet zijn deze duiven vrij te houden van luchtweginfecties en andere veel voorkomende ziekten van duiven door ons te richten op een verbetering van de afweer en een optimaliseren van de gezondheid in preventieve zin. En daartoe, zo blijkt uit dit kleinschalig onderzoekje, zijn veelal geen medicijnen noodzakelijk.
De genoemde oudere fondduiven hebben dus nu al 9 maanden volstrekt geen medicatie gehad.
In het verloop van dit onderzoek krijgen de duiven die aangetast zijn een individuele behandeling om het effect van de diverse vluchten op de gezondheid van de duiven goed in beeld te kunnen brengen. De ene duif die nu een lichte geelbesmetting had is wel individueel behandeld om te zorgen dat de duif in de manden geen verspreider wordt van het geel, ook al had hij slechts enkele parasieten in het keeluitstrijkje.
Nadat deze duiven de komende invliegvluchten (we leven nu rond 1 mei als ik dit schrijf) achter zich hebben worden ze nogmaals bekeken en vanaf daar worden ze klaar gemaakt voor het eigenlijke werk, de fondvluchten.
Daarbij wordt indien noodzakelijk gericht gewerkt met medicijnen, maar vooral met voedingssupplementen die de vorm verbeteren en ondersteunen.
De bedoeling is dat we gaan zien en/of bewijzen of een minimalistische toepassing van medicijnen, maar een verstandige en gerichte toepassing van voedingssupplementen de duiven verder brengt, dan het frequent inzetten van medicijnen zoals zo vaak gedacht wordt door de aanhangers van de medicijnpotjes.
Mogelijk dat boze tongen na lezing van bovenstaande willen beweren dat ik voor eigen parochie sta te preken. Niets is minder waar. We hebben bovenstaande basiscombinatie in de loop der tijd ontwikkeld en zien dat de werkzaamheid goed te noemen is. Er zullen ongetwijfeld ook andere combinaties zijn met natuurlijke middelen die zich bewezen hebben. Waar het mij alleen om gaat is aan te tonen dat het niet noodzakelijk is de duiven vol te stoppen met medicijnen, mits we maar zorgen dat de basisweerstand van onze topsporters goed blijft.
(wordt vervolgd)
Succes
Peter Boskamp
zondag 9 mei 2010
BOSKAMP PETER NIEUWSBRIEF DUIF MEI 2010 (2)
Nieuwsbrief duif mei 2010 (2)
Julianalaan 7a, 6191 AL Beek, Tel: 0031-46-4371885 Boskamp@pigeonvetcenter.com
Chemotherapeutica
De laatste weken krijg ik regelmatig ook mailtjes van liefhebbers die een goede reeks prestaties ineens gevolgd zien worden door een geweldige dip.
Doorvragen levert dan als antwoord op dat er medicijn x, y of z preventief is gegeven. Vaak betreft het dan een middel voor het geel. Wat veel liefhebbers niet weten, of zich niet realiseren is dat de resistentie tegen het geel de laatste tien tot vijftien jaar behoorlijk is toegenomen. Dierenartsen die zich met de medische begeleiding van de duivensport bezig houden zien zich dan ook genoodzaakt de sterkte van de medicijnen aan te passen aan de gewijzigde gevoeligheid van de parasieten en bacteriën voor deze medicijnen.
Niet alleen wordt de sterkte van de medicijnen daardoor vaak anders, ook de dosering moet meer en meer verhoogd worden. Tien jaar geleden was een halve gram per liter drinkwater van het middel ronidazole 10% voldoende om effectief te zijn. Nu is een dosering van twee tot twee en een halve gram nodig om hetzelfde effect op de parasieten te hebben.
Wat mensen daarbij soms uit het oog verliezen is dat veel medicijnen voor duiven behoren tot de klasse van de chemotherapeutica. We noemen ze wel allemaal antibiotica voor het gemak, maar ronidazole is en blijft een chemotherapeuticum.
Ronidazole is een middel dat invloed op het erfelijke materiaal kan hebben en dat maakt dat we er met zijn alle verstandig en voorzichtig mee om moeten gaan. Ik hoor nu genoeg duivenliefhebbers die dit lezen denken: ‘ach wat, dat zal wel meevallen’. En natuurlijk valt het mee als we er verstandig mee om gaan en de voorschriften in acht nemen. Wat ik wil duidelijk maken is dat chemotherapeutica geen snoepgoed zijn. En als zodanig ook niet gebruikt moeten worden. Kortom gebruik chemotherapeutica met beleid.
Ik tip dit onderwerp hier aan om ook te waarschuwen voor plotselinge tegenvallende prestaties na het gebruik van dit soort middelen, zeker nu het noodzakelijk is geworden door de kracht van de parasieten die er mee bestreden moeten worden, om de dosering te verhogen. De bijwerkingen van deze middelen komen dan ook meer op de voorgrond, met als gevolg een toenemende kans op vormverlies. Nu zijn de chemotherapeutica die we voor de duiven gebruiken niet te vergelijken met de middelen die in de tumortherapie in de ziekenhuizen worden gebruikt. Maar we begrijpen allemaal donders goed dat we van iemand die op het ziekenhuis een chemo(therapeutica)kuur heeft gehad niet mogen verwachten dat hij een topprestatie kan neerzetten.
Welbeschouwd is de noodzaak die is ontstaan om de medicijnen hoger te doseren teneinde hetzelfde effect te blijven bereiken, een reden te meer om meer te investeren in het gezond houden van de duiven, in plaats van het bestrijden van ziekten bij duiven waarbij de gezondheid en algemene weerstand onvoldoende aandacht hebben gekregen.
Basiscombinatie
Een punt van kritiek dat ons met betrekking tot onze voedingssupplementen wel eens bereikt is dat mensen die de producten niet kennen of er geen ervaring mee hebben wel eens willen verzuchten dat ze door de bomen het bos niet meer kunnen zien. Ik kan me bij deze opmerkingen wel iets voorstellen.
In de loop der tijd zijn er zoveel producten (bij) gekomen dat een scheiding tussen de diverse categorieën wel gewenst is.
We hebben daarom een aantal pakketten samengesteld. Een daarvan is de basiscombinatie. In dit pakket zijn een aantal voedingssupplementen opgenomen die welbeschouwd een goede basis kunnen bieden voor een meer natuurlijke aanpak. Het betreft de Bony-SGR, de Basiskern, de BMT, de Bony M en de Bony-omega-nucleovit.
Met deze combinatie kan een ieder zichzelf overtuigen dat natuurlijk aanpak zin heeft.
Ondersteunende voedingssupplementen
Tot de ondersteunende voedingssupplementen die helpen de vorm te verhogen kunnen we de volgende producten rekenen. De Bonymineral. Dit betreft een oplossing van vooral vloeibare chelaatmineralen die zeer goed benutbaar zijn.
De dosering is slechts 10 druppels op een liter drinkwater op de dag van en voor korven.
Als de vluchten zwaarder worden kan ook vluchtsupport worden verstrekt op de dag van en voor korven. Dit product bevat een hoge dosering vitamine B12. Catplus bevat dit ook maar bevat niet de aminozuren en het actief ijzer dat de vluchtsupport extra bevat.
Tot de voedingssupplementen die de conditie helpen bevorderen behoren de Bony-glutavit die zoals de naam aangeeft extra glutamine bevat.
De Topconditie, De Bony MR-supplement en de Bony MR-plus. Waarbij de producten achtereenvolgens ontwikkeld zijn voor de kortere, middel en langere afstanden.
Producten die op de langere termijn effect kunnen hebben zijn Creatine en Bony-endurance. Het laatste product bevat octacosanol dat zoals ik in een vorige nieuwsbrief al schreef pas effect heeft als het gedurende een maand achtereen is verstrekt tijdens de trainingsfase.
Onthoudt echter wel: voedingssupplementen kunnen bijdragen aan de vorm, maar ze moeten niet gebruikt worden om de ziekte van duiven te verbloemen. Dus een eerste vereiste is en blijft dat de duiven gezond zijn. Laat daarom de duiven door uw duivenarts controleren of dit inderdaad het geval is voordat u geld uitgeeft aan supplementen die hun doel niet kunnen bereiken omdat de duiven niet optimaal gezond zijn.
Succes
Peter Boskamp
Julianalaan 7a, 6191 AL Beek, Tel: 0031-46-4371885 Boskamp@pigeonvetcenter.com
Chemotherapeutica
De laatste weken krijg ik regelmatig ook mailtjes van liefhebbers die een goede reeks prestaties ineens gevolgd zien worden door een geweldige dip.
Doorvragen levert dan als antwoord op dat er medicijn x, y of z preventief is gegeven. Vaak betreft het dan een middel voor het geel. Wat veel liefhebbers niet weten, of zich niet realiseren is dat de resistentie tegen het geel de laatste tien tot vijftien jaar behoorlijk is toegenomen. Dierenartsen die zich met de medische begeleiding van de duivensport bezig houden zien zich dan ook genoodzaakt de sterkte van de medicijnen aan te passen aan de gewijzigde gevoeligheid van de parasieten en bacteriën voor deze medicijnen.
Niet alleen wordt de sterkte van de medicijnen daardoor vaak anders, ook de dosering moet meer en meer verhoogd worden. Tien jaar geleden was een halve gram per liter drinkwater van het middel ronidazole 10% voldoende om effectief te zijn. Nu is een dosering van twee tot twee en een halve gram nodig om hetzelfde effect op de parasieten te hebben.
Wat mensen daarbij soms uit het oog verliezen is dat veel medicijnen voor duiven behoren tot de klasse van de chemotherapeutica. We noemen ze wel allemaal antibiotica voor het gemak, maar ronidazole is en blijft een chemotherapeuticum.
Ronidazole is een middel dat invloed op het erfelijke materiaal kan hebben en dat maakt dat we er met zijn alle verstandig en voorzichtig mee om moeten gaan. Ik hoor nu genoeg duivenliefhebbers die dit lezen denken: ‘ach wat, dat zal wel meevallen’. En natuurlijk valt het mee als we er verstandig mee om gaan en de voorschriften in acht nemen. Wat ik wil duidelijk maken is dat chemotherapeutica geen snoepgoed zijn. En als zodanig ook niet gebruikt moeten worden. Kortom gebruik chemotherapeutica met beleid.
Ik tip dit onderwerp hier aan om ook te waarschuwen voor plotselinge tegenvallende prestaties na het gebruik van dit soort middelen, zeker nu het noodzakelijk is geworden door de kracht van de parasieten die er mee bestreden moeten worden, om de dosering te verhogen. De bijwerkingen van deze middelen komen dan ook meer op de voorgrond, met als gevolg een toenemende kans op vormverlies. Nu zijn de chemotherapeutica die we voor de duiven gebruiken niet te vergelijken met de middelen die in de tumortherapie in de ziekenhuizen worden gebruikt. Maar we begrijpen allemaal donders goed dat we van iemand die op het ziekenhuis een chemo(therapeutica)kuur heeft gehad niet mogen verwachten dat hij een topprestatie kan neerzetten.
Welbeschouwd is de noodzaak die is ontstaan om de medicijnen hoger te doseren teneinde hetzelfde effect te blijven bereiken, een reden te meer om meer te investeren in het gezond houden van de duiven, in plaats van het bestrijden van ziekten bij duiven waarbij de gezondheid en algemene weerstand onvoldoende aandacht hebben gekregen.
Basiscombinatie
Een punt van kritiek dat ons met betrekking tot onze voedingssupplementen wel eens bereikt is dat mensen die de producten niet kennen of er geen ervaring mee hebben wel eens willen verzuchten dat ze door de bomen het bos niet meer kunnen zien. Ik kan me bij deze opmerkingen wel iets voorstellen.
In de loop der tijd zijn er zoveel producten (bij) gekomen dat een scheiding tussen de diverse categorieën wel gewenst is.
We hebben daarom een aantal pakketten samengesteld. Een daarvan is de basiscombinatie. In dit pakket zijn een aantal voedingssupplementen opgenomen die welbeschouwd een goede basis kunnen bieden voor een meer natuurlijke aanpak. Het betreft de Bony-SGR, de Basiskern, de BMT, de Bony M en de Bony-omega-nucleovit.
Met deze combinatie kan een ieder zichzelf overtuigen dat natuurlijk aanpak zin heeft.
Ondersteunende voedingssupplementen
Tot de ondersteunende voedingssupplementen die helpen de vorm te verhogen kunnen we de volgende producten rekenen. De Bonymineral. Dit betreft een oplossing van vooral vloeibare chelaatmineralen die zeer goed benutbaar zijn.
De dosering is slechts 10 druppels op een liter drinkwater op de dag van en voor korven.
Als de vluchten zwaarder worden kan ook vluchtsupport worden verstrekt op de dag van en voor korven. Dit product bevat een hoge dosering vitamine B12. Catplus bevat dit ook maar bevat niet de aminozuren en het actief ijzer dat de vluchtsupport extra bevat.
Tot de voedingssupplementen die de conditie helpen bevorderen behoren de Bony-glutavit die zoals de naam aangeeft extra glutamine bevat.
De Topconditie, De Bony MR-supplement en de Bony MR-plus. Waarbij de producten achtereenvolgens ontwikkeld zijn voor de kortere, middel en langere afstanden.
Producten die op de langere termijn effect kunnen hebben zijn Creatine en Bony-endurance. Het laatste product bevat octacosanol dat zoals ik in een vorige nieuwsbrief al schreef pas effect heeft als het gedurende een maand achtereen is verstrekt tijdens de trainingsfase.
Onthoudt echter wel: voedingssupplementen kunnen bijdragen aan de vorm, maar ze moeten niet gebruikt worden om de ziekte van duiven te verbloemen. Dus een eerste vereiste is en blijft dat de duiven gezond zijn. Laat daarom de duiven door uw duivenarts controleren of dit inderdaad het geval is voordat u geld uitgeeft aan supplementen die hun doel niet kunnen bereiken omdat de duiven niet optimaal gezond zijn.
Succes
Peter Boskamp
zondag 2 mei 2010
BOSKAMP PETER NIEUWSBRIEF DUIF MEI 2010 (1)
Nieuwsbrief duif mei 2010 (1)
Julianalaan 7a, 6191 AL Beek, Tel: 0031-46-4371885 Boskamp@pigeonvetcenter.com
Paniek
De afgelopen maanden werd ik meerdere keren gemaild of gebeld door liefhebbers, die vaak al driftig in de weer waren met luchtwegmiddelen bij hun duiven. Steevast was de klacht dat duiven terugkwamen van een (voor)vlucht of van een trainingsvlucht met toegeknepen ogen, krabbewegingen aan hun koppen en soms zelfs gekke vluchtbewegingen.
Doorvragen leverde dan vaak op dat men aan het kuren was tegen het geel met een drinkwater of voerkuur of met tabletten of capsules. Wat was in deze gevallen aan de hand. De duiven hadden geen mogelijkheid gehad om voldoende te drinken waardoor ze een te hoge concentratie van de geelmiddelen binnen kregen en dit leidde tot bijwerkingen. Oude gebruikers van Emtryl uit de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw zullen zich mogelijk deze beelden nog voor de geest kunnen halen. Want als daar maar ook iets te hoog werd gedoseerd konden dit soort bijwerkingen dramatisch op de voorgrond treden.
Maar hoe kan het dan dat dit nu ook weer gebeurt?
De oorzaak is vaak simpel. We hebben de afgelopen 10 jaar de dosering van met name ronidazole ter bestrijding van het Geel en Hexamitiasis drastisch moeten verhogen om nog een voldoende werkzame dosering te bewerkstelligen. En dit heeft tot gevolg dat we ook met dit lichtere geelmiddel al kort bij de giftigheidgrens beginnen te komen. Ronidazole is zo’n middel waar liefhebbers graag een halve dosering voor een of twee dagen van gaven of geven omdat het zo altijd wel werkte. Helaas moet nu geschreven worden ‘werkte’ want die tijd is namelijk voorbij.
Maar goed, we zien dus nu vaker die gevallen van vergiftiging. Het is dus zaak om tijdens een goed gegeven geelkuur de duiven niet mee te geven op vluchten en er voor te zorgen dat ze voldoende vocht kunnen opnemen.
Verluchting.
Geregeld zijn er liefhebbers, die bij herhaling de duiven aanbieden met luchtwegproblemen. Theoretisch kan het zijn dat de duiven zich iedere keer opnieuw besmetten, bijvoorbeeld tijdens de wedvluchten. Aannemelijker is het in dit soort gevallen dat het met de verluchting niet helemaal klopt. Of helemaal niet klopt.
Veelal betreft het duiven met uitingen van een chronische bronchitis. In de praktijk moeten dit soort aandoeningen middels een combinatie van een gerichte antibioticumkuur in combinatie met een middel als de Bony-bronchicron snel te verhelpen zijn waarna de vliegprestaties van de duiven weer snel op het gewenste niveau terugkomen. Duiven met stralend witte neusdoppen en mooi in het vlees zittend kunnen soms ook behept zijn met deze kwaal waardoor ze toch net 20 minuten tekort komen op de wedvluchten. Vaak betreft het bewezen duiven die plotseling de lijst niet meer lijken te kunnen raken. Jammer genoeg wordt menige duif onterecht opgeruimd omdat ze na een goede behandeling immers gewoon weer doen waarvoor ze zijn uitverkoren, namelijk prijsvliegen.
Dus als U regelmatig last heeft van terugkerende luchtweginfecties tijdens het seizoen dan kan het wel eens verstandiger zijn de verluchting op het hok te laten controleren in plaats van het te pas en te onpas kuren. In een vorige nieuwsbrief maakte ik als melden van de heren Dick Duindam die zich in Nederland bezig houdt met klimaatadvies en Eddy Noël die dit in België doet. Ik wil daarmee niemand benadelen die ook professioneel advies geeft met betrekking tot de verluchting. Waar het mij alleen maar om gaat is dat we het te pas en te onpas kuren met antibiotica als lapmiddel voor achterliggende andere oorzaken zo veel als mogelijk proberen terug te dringen. Dus als er nog lieden zijn die zich professioneel met verluchtingsadviezen bezig houden dan wil ik in een toekomstige nieuwsbrief hen met alle plezier ook onder de aandacht brengen.
Oregano
Er is momenteel best veel te doen over oregano en de antibacteriële werking die dit kruid van nature herbergt. Oregano is een kruid dat inderdaad bijdraagt aan de gezondheid van de duiven. Het is in diverse varianten bij verschillende leveranciers te krijgen. Bij ons zit het sinds lang verwerkt in een aantal van onze voedingssupplementen. Zoals de Bony-MR supplement, Bony- MR-plus en de Basiskern.
Over oregano wordt geschreven dat het een natuurlijke antibacteriële werking heeft. Op die manier helpt het de darmflora te stabiliseren. Ook endoparasieten en schimmels hebben een hekel aan dit kruid.
We moeten ons realiseren dat kruiden wel degelijk bij kunnen dragen aan het gezond houden van het lichaam. Indien er echter een zware infectie ontstaan is dan zal het gebruik van deze middelen vaak in de goede richting helpen, maar de praktijk van alledag leert dat er dan toch veelal ondersteuning nodig is met een echt geneesmiddel. Dat neemt niet weg dat in geval de duiven vrij zijn van infecties de kans dat er een infectie tot ontwikkeling komt kleiner zal worden waardoor er absoluut een positieve werking uit blijkt te gaan van diverse kruidenmiddelen. We kunnen daarbij denken aan knoflook, oregano, pau d’arco enzovoort.
Er is nu ook vraag naar Oregano afzonderlijk, zodat we een 10% variant aan ons assortiment hebben toegevoegd.
Helderheid
Toen ik ruim twintig jaar geleden overtuigd raakte van het feit dat we verkeerd bezig waren, door maar steeds zwaardere medicijnen in de (vooral jonge) duivenlijfjes te stoppen teneinde de (jonge) duiven gezond te houden, werd ik door collega’s wel eens uitgelachen en neergezet als een Don Quichote als ik stelde dat we ons meer op preventieve gezondheidszorg moesten richten. Ik stelde dat we zouden moeten investeren in het verhogen van de weerstand in plaats van het verstrekken van steeds zwaardere medicijnen om de duiven weer gezond te krijgen of te houden. De tijdgeest zat toen tegen en ik was denkelijk destijds meer een roepende in de woestijn als ik terugkijk op die tijd. Zelfs een collega binnen de kliniek die samen met mij de medische begeleiding van de duiven verzorgde, proclameerde destijds openlijk dat hij absoluut niet in die kruidenonzin wilde geloven. Maar ik bleef er desondanks wel in geloven. Dat kwam ook omdat ik resultaten zag bij de liefhebbers die bereid waren te kiezen voor de natuurlijkere aanpak. En juist die resultaten sterkten me om door te blijven gaan ondanks de tegenwind. Gelukkig begon de tijdgeest te draaien en
kwamen er meer geluiden en artikelen over een natuurlijkere aanpak van de medische begeleiding van de duivensport. Kortom de tijd werd er rijp voor.
Dat wil niet zeggen dat ik een absolute tegenstander ben van het gebruik van diergeneesmiddelen, antibiotica en chemotherapeutica. Geenszins. Maar waar ik wel tegen ben is het oneigenlijke gebruik van deze middelen. Ik krijg nog wel eens kritiek van mensen die dan stellen dat ik toch ook antibiotica voorschrijf. Natuurlijk doe ik dat. Ik ben dierenarts en als duiven ziek zijn en ze medicijnen nodig hebben dan schrijf ik die voor. Geen discussie over nodig.
Maar mijn stelling is dat we zoveel mogelijk moeten zien te voorkomen dat we afhankelijk zijn, worden en blijven van medicijnen. Dat is naar mijn stellige overtuiging absoluut niet nodig.
Wat we moeten doen om dat te bereiken is hebben van een goede wil. Dat betekent streng durven selecteren onder de duiven, maar ook willen investeren in de gezondheid van de duiven. Dus de weerstand van de duiven helpen verhogen zodanig dat we ze niet zo gevoelig houden voor overwaaiende kwaaltjes, dat ze gelijk weer aan de medicijnpot moeten.
Succes
Peter Boskamp
Julianalaan 7a, 6191 AL Beek, Tel: 0031-46-4371885 Boskamp@pigeonvetcenter.com
Paniek
De afgelopen maanden werd ik meerdere keren gemaild of gebeld door liefhebbers, die vaak al driftig in de weer waren met luchtwegmiddelen bij hun duiven. Steevast was de klacht dat duiven terugkwamen van een (voor)vlucht of van een trainingsvlucht met toegeknepen ogen, krabbewegingen aan hun koppen en soms zelfs gekke vluchtbewegingen.
Doorvragen leverde dan vaak op dat men aan het kuren was tegen het geel met een drinkwater of voerkuur of met tabletten of capsules. Wat was in deze gevallen aan de hand. De duiven hadden geen mogelijkheid gehad om voldoende te drinken waardoor ze een te hoge concentratie van de geelmiddelen binnen kregen en dit leidde tot bijwerkingen. Oude gebruikers van Emtryl uit de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw zullen zich mogelijk deze beelden nog voor de geest kunnen halen. Want als daar maar ook iets te hoog werd gedoseerd konden dit soort bijwerkingen dramatisch op de voorgrond treden.
Maar hoe kan het dan dat dit nu ook weer gebeurt?
De oorzaak is vaak simpel. We hebben de afgelopen 10 jaar de dosering van met name ronidazole ter bestrijding van het Geel en Hexamitiasis drastisch moeten verhogen om nog een voldoende werkzame dosering te bewerkstelligen. En dit heeft tot gevolg dat we ook met dit lichtere geelmiddel al kort bij de giftigheidgrens beginnen te komen. Ronidazole is zo’n middel waar liefhebbers graag een halve dosering voor een of twee dagen van gaven of geven omdat het zo altijd wel werkte. Helaas moet nu geschreven worden ‘werkte’ want die tijd is namelijk voorbij.
Maar goed, we zien dus nu vaker die gevallen van vergiftiging. Het is dus zaak om tijdens een goed gegeven geelkuur de duiven niet mee te geven op vluchten en er voor te zorgen dat ze voldoende vocht kunnen opnemen.
Verluchting.
Geregeld zijn er liefhebbers, die bij herhaling de duiven aanbieden met luchtwegproblemen. Theoretisch kan het zijn dat de duiven zich iedere keer opnieuw besmetten, bijvoorbeeld tijdens de wedvluchten. Aannemelijker is het in dit soort gevallen dat het met de verluchting niet helemaal klopt. Of helemaal niet klopt.
Veelal betreft het duiven met uitingen van een chronische bronchitis. In de praktijk moeten dit soort aandoeningen middels een combinatie van een gerichte antibioticumkuur in combinatie met een middel als de Bony-bronchicron snel te verhelpen zijn waarna de vliegprestaties van de duiven weer snel op het gewenste niveau terugkomen. Duiven met stralend witte neusdoppen en mooi in het vlees zittend kunnen soms ook behept zijn met deze kwaal waardoor ze toch net 20 minuten tekort komen op de wedvluchten. Vaak betreft het bewezen duiven die plotseling de lijst niet meer lijken te kunnen raken. Jammer genoeg wordt menige duif onterecht opgeruimd omdat ze na een goede behandeling immers gewoon weer doen waarvoor ze zijn uitverkoren, namelijk prijsvliegen.
Dus als U regelmatig last heeft van terugkerende luchtweginfecties tijdens het seizoen dan kan het wel eens verstandiger zijn de verluchting op het hok te laten controleren in plaats van het te pas en te onpas kuren. In een vorige nieuwsbrief maakte ik als melden van de heren Dick Duindam die zich in Nederland bezig houdt met klimaatadvies en Eddy Noël die dit in België doet. Ik wil daarmee niemand benadelen die ook professioneel advies geeft met betrekking tot de verluchting. Waar het mij alleen maar om gaat is dat we het te pas en te onpas kuren met antibiotica als lapmiddel voor achterliggende andere oorzaken zo veel als mogelijk proberen terug te dringen. Dus als er nog lieden zijn die zich professioneel met verluchtingsadviezen bezig houden dan wil ik in een toekomstige nieuwsbrief hen met alle plezier ook onder de aandacht brengen.
Oregano
Er is momenteel best veel te doen over oregano en de antibacteriële werking die dit kruid van nature herbergt. Oregano is een kruid dat inderdaad bijdraagt aan de gezondheid van de duiven. Het is in diverse varianten bij verschillende leveranciers te krijgen. Bij ons zit het sinds lang verwerkt in een aantal van onze voedingssupplementen. Zoals de Bony-MR supplement, Bony- MR-plus en de Basiskern.
Over oregano wordt geschreven dat het een natuurlijke antibacteriële werking heeft. Op die manier helpt het de darmflora te stabiliseren. Ook endoparasieten en schimmels hebben een hekel aan dit kruid.
We moeten ons realiseren dat kruiden wel degelijk bij kunnen dragen aan het gezond houden van het lichaam. Indien er echter een zware infectie ontstaan is dan zal het gebruik van deze middelen vaak in de goede richting helpen, maar de praktijk van alledag leert dat er dan toch veelal ondersteuning nodig is met een echt geneesmiddel. Dat neemt niet weg dat in geval de duiven vrij zijn van infecties de kans dat er een infectie tot ontwikkeling komt kleiner zal worden waardoor er absoluut een positieve werking uit blijkt te gaan van diverse kruidenmiddelen. We kunnen daarbij denken aan knoflook, oregano, pau d’arco enzovoort.
Er is nu ook vraag naar Oregano afzonderlijk, zodat we een 10% variant aan ons assortiment hebben toegevoegd.
Helderheid
Toen ik ruim twintig jaar geleden overtuigd raakte van het feit dat we verkeerd bezig waren, door maar steeds zwaardere medicijnen in de (vooral jonge) duivenlijfjes te stoppen teneinde de (jonge) duiven gezond te houden, werd ik door collega’s wel eens uitgelachen en neergezet als een Don Quichote als ik stelde dat we ons meer op preventieve gezondheidszorg moesten richten. Ik stelde dat we zouden moeten investeren in het verhogen van de weerstand in plaats van het verstrekken van steeds zwaardere medicijnen om de duiven weer gezond te krijgen of te houden. De tijdgeest zat toen tegen en ik was denkelijk destijds meer een roepende in de woestijn als ik terugkijk op die tijd. Zelfs een collega binnen de kliniek die samen met mij de medische begeleiding van de duiven verzorgde, proclameerde destijds openlijk dat hij absoluut niet in die kruidenonzin wilde geloven. Maar ik bleef er desondanks wel in geloven. Dat kwam ook omdat ik resultaten zag bij de liefhebbers die bereid waren te kiezen voor de natuurlijkere aanpak. En juist die resultaten sterkten me om door te blijven gaan ondanks de tegenwind. Gelukkig begon de tijdgeest te draaien en
kwamen er meer geluiden en artikelen over een natuurlijkere aanpak van de medische begeleiding van de duivensport. Kortom de tijd werd er rijp voor.
Dat wil niet zeggen dat ik een absolute tegenstander ben van het gebruik van diergeneesmiddelen, antibiotica en chemotherapeutica. Geenszins. Maar waar ik wel tegen ben is het oneigenlijke gebruik van deze middelen. Ik krijg nog wel eens kritiek van mensen die dan stellen dat ik toch ook antibiotica voorschrijf. Natuurlijk doe ik dat. Ik ben dierenarts en als duiven ziek zijn en ze medicijnen nodig hebben dan schrijf ik die voor. Geen discussie over nodig.
Maar mijn stelling is dat we zoveel mogelijk moeten zien te voorkomen dat we afhankelijk zijn, worden en blijven van medicijnen. Dat is naar mijn stellige overtuiging absoluut niet nodig.
Wat we moeten doen om dat te bereiken is hebben van een goede wil. Dat betekent streng durven selecteren onder de duiven, maar ook willen investeren in de gezondheid van de duiven. Dus de weerstand van de duiven helpen verhogen zodanig dat we ze niet zo gevoelig houden voor overwaaiende kwaaltjes, dat ze gelijk weer aan de medicijnpot moeten.
Succes
Peter Boskamp
zaterdag 27 maart 2010
BOSKAMP PETER NIEUWSBRIEF DUIF APRIL 2010
Nieuwsbrief duif april 2010
Julianalaan 7a, 6191 AL Beek, Tel: 0031-46-4371885 Boskamp@pigeonvetcenter.com
Open deuren of toch niet….?(2)
In de vorige nieuwsbrief heb ik een aantal probleempjes onder de aandacht gebracht die al eerder in oudere versies van de nieuwsbrief uitvoeriger besproken werden. Het viel me op, gezien het aantal reacties die de vorige nieuwsbrief opleverde, dat er toch een sterke behoefte bestaat aan de informatie die in de stukjes werd besproken. Reden dus om hier nog een vervolg op te schrijven.
Helderheid
Op de beurs in Houten werd ik, maar ook via de mail word ik de laatste tijd geconfronteerd met duivenmelkers, die me meedelen dat zij zelfs nog minder medicijnen verstrekken aan hun duiven dan ik in schema’s soms aangeef. Zelfs wordt er aangegeven dat er absoluut geen medicatie wordt gebruikt en dat ze toch zeer goede resultaten neerzetten.
De vraag is hoe mijn voorschrijven van medicijnen zich dan rijmt met mijn stelling dat men zo min mogelijk medicijnen moet zien te gebruiken.
Dat vraagt inderdaad om een nadere toelichting.
De liefhebbers die geen of nagenoeg geen medicijnen gebruiken en al jaren zo handelen roep ik dan ook op vooral zo door te gaan. Immers door hun jarenlange selectie en het niet (of slechts beperkt) toepassen van medicijnen is het hun waarschijnlijk gelukt om een sterke stam duiven op te bouwen. Gebruik van medicijnen staat in dit soort gevallen haaks op het doel wat zij nastreven, namelijk het hebben van een sterke duivenstam.
Wat echter wel niet vergeten moet worden is dat deze duivenmelkers ver in de minderheid zijn. Helaas is het gros van de duivenmelkers meegegaan in het preventief kuren tegen allerhande ziektes. Dat is mede de oorzaak van het fenomeen dat veel duiven niet of nauwelijks gezond kunnen blijven zonder
medicatie. Hoe triest dit ook is.
Radicaal van koers veranderen is op dit soort duivenhokken met de aanwezige duivenstam in veel gevallen de oorzaak ervan dat men een tol betaald in de vorm van zakken op de lijst gedurende langere tijd. Ik weet dat dit in veel gevallen zo werkt omdat ik de nodige liefhebbers ken die zich lieten overtuigen van mijn mening dat we het gebruik van medicijnen moeten zien terug te dringen en daarbij zo radicaal te werk gingen dat ze alle medicijnen afzworen. In een aanzienlijk deel had dit toch gevolg dat de duiven terugvielen. Zelfs indien men de weerstand van de duiven middels gezondheidsondersteunende natuurproducten op peil probeerde te houden. Het moet gezegd zijn dat er ook hokken zijn waarbij het afzweren van medicijnen en de overgang naar een meer preventieve gezondheidszorg op natuurlijke manier nagenoeg vlekkeloos verliep. Het (preventieve) gebruik van medicijnen kon daar al sterk worden terug gedrongen.
Blijft echter een grote groep liefhebbers over waarbij deze overgang niet zo succesvol zal verlopen. Simpelweg omdat hun duivenstam nog niet ver genoeg is om het zonder medicatie te stellen. Maar dat laatste dient in mijn optiek wel het streven te zijn en te blijven. Dat is de reden waarom ik een soort gecombineerde medische begeleiding voorsta bij de weduwnaars. Immers Keulen en Aken zijn niet op een dag gebouwd. Enerzijds adviseer ik daarom de algehele weerstand op een zo hoog mogelijk peil te brengen, anderzijds steef ik erna het medicijngebruik te beperken tot strategische momenten waardoor het medicijngebruik in zijn geheel afgebouwd wordt. En hierbij zal de ene liefhebber verder zijn dan de andere. Ieder hok is anders. Medische begeleiding moet meer en meer de kant op van maat werk en gerichte behandeling. We moeten af zien te stappen van de ‘spoorboekjes’.
Bij de jonge duiven moet het mogelijk zijn om middels natuurlijke aanpak gecombineerd met een degelijke selectie (ook op gezondheid) aan het eind van het seizoen de sterkste duiven over te houden. En deze sterkere jongen moeten dan als jaarlingen met minder medicatie toe kunnen.
Kortom, de liefhebbers die zelf nagenoeg geen medicijnen gebruiken en die me menen te moeten ‘verwijten’ dat ik toch medicijnen voorschrijf, hebben aan mij
een grotere medestander dan ze denken. Ik ben al jaren van mening dat selectie het beste medicijn is en dat ook moet blijven.
Scheefvliegers (2)
Zoals ik in de vorige nieuwsbrief al opmerkte is het niet onmogelijk dat de streptococcenbesmetting een van de factoren is die een bijdrage levert aan het fenomeen ‘scheefvliegers’. Ik maakte al melding van het gegeven dat een en ander weliswaar niet wetenschappelijk bewezen is, maar dat het geen kwaad kan de aangetaste vogels tegen genoemde kwaal te behandelen. Zeker nu in veel gevallen blijkt dat de duiven er goed op reageren en weer herstellen na een behandeling. Dat dit geheel iets anders is dan het preventief geven van kuurtjes tegen genoemde kwaal, moge volstrekt duidelijk zijn.
Ik behoor echter tot de categorie dierenartsen die liever de mogelijkheden benut om duiven gezond te maken, desnoods met alternatieve therapieën, ook al zijn ze niet wetenschappelijk bewezen, dan dat ik goede duiven opruim omdat er nog geen wetenschappelijk bewezen therapie bestaat.
Luchtzakruptuur
Met enige regelmaat komt er een liefhebber op het spreekuur met een “Michelin-duifje”. U kent ze wel die duiven met een dikke nek of soms zelfs een heel dik lijf. De oorzaak is een luchtzakscheurtje. De lucht komt zo onder de huid te zitten en kan de oorzaak zijn van behoorlijk opzwellen van de patiënt.
Vaak wordt gevraagd of ik de lucht eruit kan zuigen met een injectiespuit.
Deze behandeling brengt echter zelden of nooit het gewenste resultaat.
De beste benadering van deze duiven is de dieren gedurende een veertiental dagen klein op te sluiten zodat ze zich niet kunnen opwinden. Door gedwongen rust kunnen de vliezen van de luchtzak weer met elkaar verkleven zodat er genezing kan volgen.
Wel dient in de gaten gehouden te worden dat de dieren nog kunnen eten. Zo niet dan dient dwangvoedering plaats te vinden.
Laat men de duif tussen de andere zitten dan is de kans op herstel kleiner omdat de dieren zich vaak blijven opwinden.
Preventieve paratyfuskuur voor het seizoen?
Deze vraag krijg ik de afgelopen weken met herhaling gesteld. Er zal dus wel een of andere collega zo’n kuur lopen te promoten. Of dit nut heeft? Laat ik nog eens duidelijk stellen dat het kuren tegen paratyfus maar een beperkte waarde heeft. Het paratyfusprobleem dient, indien men er mee te kampen heeft structureel te worden aangepakt waarbij het kuren tegen deze ziekte slechts een van de facetten in het geheel is. Hokhygiëne, selectie en ook vaccinatie zijn daarin net zo belangrijk of zelfs nog belangrijker.
Dat geeft dan gelijk aan hoe beperkt de waarde van een paratyfuskuur voor het seizoen is. Wat de meeste liefhebbers schijnen te vergeten of niet weten is dat de medicijnen die genoemd worden onder de naam ‘paratyfuskuur’ doorgaans veel meer doen dan alleen de paratyfusbacil bestrijden. Afhankelijk van het gekozen middel zijn er nog diverse andere bacteriën die bestreden worden door deze paratyfusmiddelen. Dit is mogelijk mede de oorzaak dat dit fenomeen van ‘kuren tegen de paratyfus voor het seizoen’ zo moeilijk is te bestrijden. We moeten echter bedenken dat veel meer duiven last hebben van een verborgen ornithose-prolematiek dan van paratyfus voor het seizoen. Als er dan toch zo nodig preventief gekuurd moet worden kan de keuze beter gemaakt worden in die richting dan in de richting van een paratyfuskuur.
Moet ik al bij de eerste vluchten preventief ontsmetten na de reis?
Dat hoor ik meestal van liefhebbers die na de tweede of derde vlucht de praktijk beginnen te bezoeken omdat de duiven niet (meer) komen. De eerste vlucht ging het dan goed tot heel goed om daarna vervolgens langzaam richting einde lijst te zakken. Bij onderzoek hebben deze duiven meestal geïrriteerde neuzen en/of luchtpijpen. Het is dan de vraag of ze dit voor aanvang van het seizoen ook al hadden. Het antwoord is moeilijk te geven omdat deze liefhebbers hun duiven pas komen laten onderzoeken als het kalf aan het verdrinken is. Het vervelende is dat er dan gedegen gekuurd moet worden tegen luchtweginfecties, hetgeen tijdens het vliegseizoen verre van ideaal is. Veelal ligt dan op de loer dat de liefhebbers de kuur niet (willen) afmaken of te laag gaan doseren omdat ze ‘uit ervaring’ weten dat ze anders het risico lopen bij de volgende vluchten ook niet op de lijst te komen. Het advies om de duiven goed te kuren en ze een week thuis te houden om volledig effect te hebben is veelal tegen dovemansoren gericht.
We dienen ons te realiseren dat in het begin nagenoeg iedereen staat te trappelen om de duiven te spelen. Dus ook de liefhebbers die het met de gezondheid van de duiven niet zo nauw nemen spelen dan hun duiven. Voeg daarbij de verscheidenheid aan “winterinfecties” bij de reisduiven. Hieronder versta ik de verzameling van irritaties van de voorste luchtwegen die veel duiven aan het natte en koude seizoen op de duiven(tuin)hokken overhouden. Zo is de smeltkroes aan infecties op de transportauto’s bij de eerste vluchten compleet. Ook al zijn de eigen duiven schoon, het risico op besmetting is juist gedurende die eerste transporten het hoogste. Zeker als door slechte weersomstandigheden de lossingen niet plaatsvinden en de stress daardoor bij de duiven toeneemt.
De basisweerstand van de duiven speelt dan een belangrijke rol bij de vraag of de duiven de infecties die rondwaren in de transportmanden wel of niet het hoofd kunnen bieden. Het optimaliseren van de basisweerstand is voor wedstrijdduiven dan ook een must als men niet gedwongen wil worden te vaak naar de medicijnpot.
Na enkele weken zijn er al weer genoeg liefhebbers die hun duiven thuislaten omdat ze minder presteren en daarmee neemt in zekere zin ook de infectiedruk af. En dat is dan vaak tegen de tijd dat liefhebbers ‘uit ervaring’ preventief kort gaan kuren om de duiven gezond te houden.
Slijmvliezen
Meerdere vragen bereiken me ook over de slijmvliezen van de duiven. Hoe deze gezond te houden. Nu, slijmvliezen moeten beschouwd worden als een barrière tussen de buitenwereld en het inwendige van het lichaam. Als de slijmvliezen optimaal functioneren worden de prestaties van de duiven ook beter. De slijmvliezen van de luchtwegen bekleden de mond- en keelholte, de luchtwegen en de sinussen in de neuzen van de duiven. Dus plaats genoeg om iets mis te laten gaan. Slijmvliezen die niet optimaal functioneren doen het lichaam reageren. Hoesten en niezen bijvoorbeeld. Zodra de duiven een infectie oplopen of in een slecht geventileerd duivenhok moeten verblijven zullen de slijmvliezen beginnen te reageren. Ze zwellen op en kunnen slijm gaan produceren. Dit is deels te beschouwen als een afweerreactie tegen ongewenste omstandigheden of indringers. Het is niet moeilijk voor te stellen dat een lichte zwelling van de slijmvliezen alleen al er toe bij kan dragen dat er per tijdseenheid minder zuurstof naar de longen vervoerd kan worden. Ga maar na welk effect het heeft als we zelf verkouden zijn. Maar minder zuurstof naar de longen betekent ook minder zuurstof in de spieren en een slechter werkend lichaam. Kortom voor topsporters die duiven tijdens de wedvluchten zijn is een optimale verzorging van de luchtwegen belangrijk.
Als we met medicijnen een opgelopen infectie hebben teruggedrongen wil dit nog niet automatisch zeggen dat de slijmvliezen dan ook weer in een klap optimaal functioneren. De slijmproductie die tengevolge van de infectie sterk verhoogd is moet mee tot rust gebracht worden. Daarvoor zijn weinig (toegestane) medicamenten voorhanden. Er zijn gelukkig kruidendranken als bijvoorbeeld de Bony-bronchicron die de slijmproductie normaliseren en bijdragen aan een beter functioneren van de luchtwegen. Een goede therapie voor de luchtwegen kan dan ook zijn een combinatie van Bony-bronchicron en een goed luchtwegmiddel vermengd met het voer.
Des te eerder de slijmvliezen van de duiven weer in normale rusttoestand zijn teruggebracht des te eerder zullen de topsporters hun prestatie weer kunnen leveren. De combinatie van normale medicatie en natuurlijke aanpak kan zo bijdragen aan een optimaal resultaat.
Octacosanol
Octacosanol is al sedert enige jaren bekend als een middel dat in zekere mate kan bijdragen aan een toename van het uithoudingsvermogen van de duiven. In sommige publicaties worden percentages genoemd tot wel 20% toename van het uithoudingsvermogen. We moeten evenwel in het achterhoofd houden dat dit soort producten pas een bijdrage kunnen leveren aan de te leveren prestatie als de duiven optimaal gezond zijn. Ze zijn geen vervanging voor noodzakelijke geneesmiddelen bij een matige gezondheid.
De octacosanolen worden in het spierweefsel benut om dit beter te laten werken en helpt het uithoudingsvermogen te verbeteren. Er bestaat verschil in effect op het uithoudingsvermogen afhankelijk van de gebruikte soort en kwaliteit van de octacosanol. Effect mag ook niet op korte termijn verwacht worden eerst moet het spierweefsel zich met het product verzadigd hebben in combinatie met te leveren trainingsarbeid. Wordt niet gelijktijdig trainingsarbeid verricht dan is de kans groot dat de octacosanol in het vetweefsel wordt opgeslagen waarmee het te behalen effect verloren gaat.
Wil men dus succes behalen met dit soort preparaten dan dient men het ten minste een maand te verstrekken waarbij dus gelijktijdig trainingsarbeid verricht wordt door de duiven. Na deze maand is een gift van 2-3 x per week voldoende om het effect op peil te houden.
Wil men het gebruiken maar denkt men ook zonder de opbouwfase te kunnen, dan is mijn advies: spaar U het geld uit en begin er niet aan. Dan is het weggegooid geld.
Wij hebben de octacosanol zitten in de Bony-endurance. Dit preparaat bevat naast octacosanol ook glutamine en een geringe hoeveelheid vitamine en mineralen. Dit product is geschikt tijdens de trainingsfase. Wil men een product voor de onderhoudsfase kan in plaats van de Bony-endurance gebruik gemaakt worden van Bony-vliegolie-Octacosanol 20.000.
Natuurlijke begeleiding van de jonge duiven.
Zoals bekend dienst het streven erop gericht te zijn de jonge duiven zo min mogelijk medicijnen te verstrekken. Ons advies is dan ook de jonge vroeg te enten tegen paramyxo en bij die gelegenheid uw duivenarts te vragen de jongen even te controleren op huis- tuin- en keukenziekten (wormen, coccidiose en het Geel). Afhankelijk van de ernst moet er wel of niet ingegrepen worden. Ik leg de lat bij de jongen hoog en de nadruk op selectie. Dus prefereer ik het zo veel mogelijk bij de jongen met de handen van de medicijnpot af te blijven. Naarmate men meer naar de medicijnpot grijpt zal het eigen afweerapparaat van de jonge duiven minder gestimuleerd worden. En juist de ontwikkeling van een goed functionerend eigen afweerorgaan moet het streven zijn bij de jonge duiven. Nu snap ik ook wel dat als men 50 jonge duiven heeft zitten waarvan er 20 aan de coli-diarree komen of een andere kinderziekte vertonen, de angst menig liefhebber om het hart slaat en de medicijntrommel al snel geraadpleegd wordt. In de praktijk zien we dat liefhebbers die kiezen voor een natuurlijke medische begeleiding minder snel aanlopen tegen die 20 duiven van de 50 duiven die ziek worden. Dus als het dan beperkt blijft tot bijvoorbeeld 2 of 3 dan is het mogelijk deze jongen individueel te behandelen of zelfs uit te selecteren. Dat laatste is zeker gewenst indien een dergelijke jonge duif na een individuele behandeling weer terugvalt in zijn oude kwaal. Selectie is en blijft het beste medicijn op de lange termijn.
Zelf adviseer ik een soort van startpakket jonge duiven. Dat betekent de rode draad: Bony-SGR bij het afzetten een week achtereen en daarna 2-3 x per week. Niet meer want hebben de duiven te vroeg te veel vlieglust. Verder de combinatie BMT met Basiskern als dan niet aan het voer geplakt met Nucleovit. In principe moet het, uitzonderingen daargelaten, zeer goed mogelijk zijn de jonge duiven op te laten groeien zonder overmatig medicijngebruik. Wat heet veelal zonder medicijngebruik. Ik heb het hier over normale omstandigheden. Er zullen altijd uitzonderingssituaties zijn waarbij de infectiedruk zo hoog is dat ingrijpen noodzakelijk wordt.
Het voordeel van de natuurlijke aanpak is weer dat er een betere selectie mogelijk wordt doordat de zwakkere broeders eerder opvallen en de nodige maatregelen snel genomen kunnen worden.
Succes
Peter Boskamp
Julianalaan 7a, 6191 AL Beek, Tel: 0031-46-4371885 Boskamp@pigeonvetcenter.com
Open deuren of toch niet….?(2)
In de vorige nieuwsbrief heb ik een aantal probleempjes onder de aandacht gebracht die al eerder in oudere versies van de nieuwsbrief uitvoeriger besproken werden. Het viel me op, gezien het aantal reacties die de vorige nieuwsbrief opleverde, dat er toch een sterke behoefte bestaat aan de informatie die in de stukjes werd besproken. Reden dus om hier nog een vervolg op te schrijven.
Helderheid
Op de beurs in Houten werd ik, maar ook via de mail word ik de laatste tijd geconfronteerd met duivenmelkers, die me meedelen dat zij zelfs nog minder medicijnen verstrekken aan hun duiven dan ik in schema’s soms aangeef. Zelfs wordt er aangegeven dat er absoluut geen medicatie wordt gebruikt en dat ze toch zeer goede resultaten neerzetten.
De vraag is hoe mijn voorschrijven van medicijnen zich dan rijmt met mijn stelling dat men zo min mogelijk medicijnen moet zien te gebruiken.
Dat vraagt inderdaad om een nadere toelichting.
De liefhebbers die geen of nagenoeg geen medicijnen gebruiken en al jaren zo handelen roep ik dan ook op vooral zo door te gaan. Immers door hun jarenlange selectie en het niet (of slechts beperkt) toepassen van medicijnen is het hun waarschijnlijk gelukt om een sterke stam duiven op te bouwen. Gebruik van medicijnen staat in dit soort gevallen haaks op het doel wat zij nastreven, namelijk het hebben van een sterke duivenstam.
Wat echter wel niet vergeten moet worden is dat deze duivenmelkers ver in de minderheid zijn. Helaas is het gros van de duivenmelkers meegegaan in het preventief kuren tegen allerhande ziektes. Dat is mede de oorzaak van het fenomeen dat veel duiven niet of nauwelijks gezond kunnen blijven zonder
medicatie. Hoe triest dit ook is.
Radicaal van koers veranderen is op dit soort duivenhokken met de aanwezige duivenstam in veel gevallen de oorzaak ervan dat men een tol betaald in de vorm van zakken op de lijst gedurende langere tijd. Ik weet dat dit in veel gevallen zo werkt omdat ik de nodige liefhebbers ken die zich lieten overtuigen van mijn mening dat we het gebruik van medicijnen moeten zien terug te dringen en daarbij zo radicaal te werk gingen dat ze alle medicijnen afzworen. In een aanzienlijk deel had dit toch gevolg dat de duiven terugvielen. Zelfs indien men de weerstand van de duiven middels gezondheidsondersteunende natuurproducten op peil probeerde te houden. Het moet gezegd zijn dat er ook hokken zijn waarbij het afzweren van medicijnen en de overgang naar een meer preventieve gezondheidszorg op natuurlijke manier nagenoeg vlekkeloos verliep. Het (preventieve) gebruik van medicijnen kon daar al sterk worden terug gedrongen.
Blijft echter een grote groep liefhebbers over waarbij deze overgang niet zo succesvol zal verlopen. Simpelweg omdat hun duivenstam nog niet ver genoeg is om het zonder medicatie te stellen. Maar dat laatste dient in mijn optiek wel het streven te zijn en te blijven. Dat is de reden waarom ik een soort gecombineerde medische begeleiding voorsta bij de weduwnaars. Immers Keulen en Aken zijn niet op een dag gebouwd. Enerzijds adviseer ik daarom de algehele weerstand op een zo hoog mogelijk peil te brengen, anderzijds steef ik erna het medicijngebruik te beperken tot strategische momenten waardoor het medicijngebruik in zijn geheel afgebouwd wordt. En hierbij zal de ene liefhebber verder zijn dan de andere. Ieder hok is anders. Medische begeleiding moet meer en meer de kant op van maat werk en gerichte behandeling. We moeten af zien te stappen van de ‘spoorboekjes’.
Bij de jonge duiven moet het mogelijk zijn om middels natuurlijke aanpak gecombineerd met een degelijke selectie (ook op gezondheid) aan het eind van het seizoen de sterkste duiven over te houden. En deze sterkere jongen moeten dan als jaarlingen met minder medicatie toe kunnen.
Kortom, de liefhebbers die zelf nagenoeg geen medicijnen gebruiken en die me menen te moeten ‘verwijten’ dat ik toch medicijnen voorschrijf, hebben aan mij
een grotere medestander dan ze denken. Ik ben al jaren van mening dat selectie het beste medicijn is en dat ook moet blijven.
Scheefvliegers (2)
Zoals ik in de vorige nieuwsbrief al opmerkte is het niet onmogelijk dat de streptococcenbesmetting een van de factoren is die een bijdrage levert aan het fenomeen ‘scheefvliegers’. Ik maakte al melding van het gegeven dat een en ander weliswaar niet wetenschappelijk bewezen is, maar dat het geen kwaad kan de aangetaste vogels tegen genoemde kwaal te behandelen. Zeker nu in veel gevallen blijkt dat de duiven er goed op reageren en weer herstellen na een behandeling. Dat dit geheel iets anders is dan het preventief geven van kuurtjes tegen genoemde kwaal, moge volstrekt duidelijk zijn.
Ik behoor echter tot de categorie dierenartsen die liever de mogelijkheden benut om duiven gezond te maken, desnoods met alternatieve therapieën, ook al zijn ze niet wetenschappelijk bewezen, dan dat ik goede duiven opruim omdat er nog geen wetenschappelijk bewezen therapie bestaat.
Luchtzakruptuur
Met enige regelmaat komt er een liefhebber op het spreekuur met een “Michelin-duifje”. U kent ze wel die duiven met een dikke nek of soms zelfs een heel dik lijf. De oorzaak is een luchtzakscheurtje. De lucht komt zo onder de huid te zitten en kan de oorzaak zijn van behoorlijk opzwellen van de patiënt.
Vaak wordt gevraagd of ik de lucht eruit kan zuigen met een injectiespuit.
Deze behandeling brengt echter zelden of nooit het gewenste resultaat.
De beste benadering van deze duiven is de dieren gedurende een veertiental dagen klein op te sluiten zodat ze zich niet kunnen opwinden. Door gedwongen rust kunnen de vliezen van de luchtzak weer met elkaar verkleven zodat er genezing kan volgen.
Wel dient in de gaten gehouden te worden dat de dieren nog kunnen eten. Zo niet dan dient dwangvoedering plaats te vinden.
Laat men de duif tussen de andere zitten dan is de kans op herstel kleiner omdat de dieren zich vaak blijven opwinden.
Preventieve paratyfuskuur voor het seizoen?
Deze vraag krijg ik de afgelopen weken met herhaling gesteld. Er zal dus wel een of andere collega zo’n kuur lopen te promoten. Of dit nut heeft? Laat ik nog eens duidelijk stellen dat het kuren tegen paratyfus maar een beperkte waarde heeft. Het paratyfusprobleem dient, indien men er mee te kampen heeft structureel te worden aangepakt waarbij het kuren tegen deze ziekte slechts een van de facetten in het geheel is. Hokhygiëne, selectie en ook vaccinatie zijn daarin net zo belangrijk of zelfs nog belangrijker.
Dat geeft dan gelijk aan hoe beperkt de waarde van een paratyfuskuur voor het seizoen is. Wat de meeste liefhebbers schijnen te vergeten of niet weten is dat de medicijnen die genoemd worden onder de naam ‘paratyfuskuur’ doorgaans veel meer doen dan alleen de paratyfusbacil bestrijden. Afhankelijk van het gekozen middel zijn er nog diverse andere bacteriën die bestreden worden door deze paratyfusmiddelen. Dit is mogelijk mede de oorzaak dat dit fenomeen van ‘kuren tegen de paratyfus voor het seizoen’ zo moeilijk is te bestrijden. We moeten echter bedenken dat veel meer duiven last hebben van een verborgen ornithose-prolematiek dan van paratyfus voor het seizoen. Als er dan toch zo nodig preventief gekuurd moet worden kan de keuze beter gemaakt worden in die richting dan in de richting van een paratyfuskuur.
Moet ik al bij de eerste vluchten preventief ontsmetten na de reis?
Dat hoor ik meestal van liefhebbers die na de tweede of derde vlucht de praktijk beginnen te bezoeken omdat de duiven niet (meer) komen. De eerste vlucht ging het dan goed tot heel goed om daarna vervolgens langzaam richting einde lijst te zakken. Bij onderzoek hebben deze duiven meestal geïrriteerde neuzen en/of luchtpijpen. Het is dan de vraag of ze dit voor aanvang van het seizoen ook al hadden. Het antwoord is moeilijk te geven omdat deze liefhebbers hun duiven pas komen laten onderzoeken als het kalf aan het verdrinken is. Het vervelende is dat er dan gedegen gekuurd moet worden tegen luchtweginfecties, hetgeen tijdens het vliegseizoen verre van ideaal is. Veelal ligt dan op de loer dat de liefhebbers de kuur niet (willen) afmaken of te laag gaan doseren omdat ze ‘uit ervaring’ weten dat ze anders het risico lopen bij de volgende vluchten ook niet op de lijst te komen. Het advies om de duiven goed te kuren en ze een week thuis te houden om volledig effect te hebben is veelal tegen dovemansoren gericht.
We dienen ons te realiseren dat in het begin nagenoeg iedereen staat te trappelen om de duiven te spelen. Dus ook de liefhebbers die het met de gezondheid van de duiven niet zo nauw nemen spelen dan hun duiven. Voeg daarbij de verscheidenheid aan “winterinfecties” bij de reisduiven. Hieronder versta ik de verzameling van irritaties van de voorste luchtwegen die veel duiven aan het natte en koude seizoen op de duiven(tuin)hokken overhouden. Zo is de smeltkroes aan infecties op de transportauto’s bij de eerste vluchten compleet. Ook al zijn de eigen duiven schoon, het risico op besmetting is juist gedurende die eerste transporten het hoogste. Zeker als door slechte weersomstandigheden de lossingen niet plaatsvinden en de stress daardoor bij de duiven toeneemt.
De basisweerstand van de duiven speelt dan een belangrijke rol bij de vraag of de duiven de infecties die rondwaren in de transportmanden wel of niet het hoofd kunnen bieden. Het optimaliseren van de basisweerstand is voor wedstrijdduiven dan ook een must als men niet gedwongen wil worden te vaak naar de medicijnpot.
Na enkele weken zijn er al weer genoeg liefhebbers die hun duiven thuislaten omdat ze minder presteren en daarmee neemt in zekere zin ook de infectiedruk af. En dat is dan vaak tegen de tijd dat liefhebbers ‘uit ervaring’ preventief kort gaan kuren om de duiven gezond te houden.
Slijmvliezen
Meerdere vragen bereiken me ook over de slijmvliezen van de duiven. Hoe deze gezond te houden. Nu, slijmvliezen moeten beschouwd worden als een barrière tussen de buitenwereld en het inwendige van het lichaam. Als de slijmvliezen optimaal functioneren worden de prestaties van de duiven ook beter. De slijmvliezen van de luchtwegen bekleden de mond- en keelholte, de luchtwegen en de sinussen in de neuzen van de duiven. Dus plaats genoeg om iets mis te laten gaan. Slijmvliezen die niet optimaal functioneren doen het lichaam reageren. Hoesten en niezen bijvoorbeeld. Zodra de duiven een infectie oplopen of in een slecht geventileerd duivenhok moeten verblijven zullen de slijmvliezen beginnen te reageren. Ze zwellen op en kunnen slijm gaan produceren. Dit is deels te beschouwen als een afweerreactie tegen ongewenste omstandigheden of indringers. Het is niet moeilijk voor te stellen dat een lichte zwelling van de slijmvliezen alleen al er toe bij kan dragen dat er per tijdseenheid minder zuurstof naar de longen vervoerd kan worden. Ga maar na welk effect het heeft als we zelf verkouden zijn. Maar minder zuurstof naar de longen betekent ook minder zuurstof in de spieren en een slechter werkend lichaam. Kortom voor topsporters die duiven tijdens de wedvluchten zijn is een optimale verzorging van de luchtwegen belangrijk.
Als we met medicijnen een opgelopen infectie hebben teruggedrongen wil dit nog niet automatisch zeggen dat de slijmvliezen dan ook weer in een klap optimaal functioneren. De slijmproductie die tengevolge van de infectie sterk verhoogd is moet mee tot rust gebracht worden. Daarvoor zijn weinig (toegestane) medicamenten voorhanden. Er zijn gelukkig kruidendranken als bijvoorbeeld de Bony-bronchicron die de slijmproductie normaliseren en bijdragen aan een beter functioneren van de luchtwegen. Een goede therapie voor de luchtwegen kan dan ook zijn een combinatie van Bony-bronchicron en een goed luchtwegmiddel vermengd met het voer.
Des te eerder de slijmvliezen van de duiven weer in normale rusttoestand zijn teruggebracht des te eerder zullen de topsporters hun prestatie weer kunnen leveren. De combinatie van normale medicatie en natuurlijke aanpak kan zo bijdragen aan een optimaal resultaat.
Octacosanol
Octacosanol is al sedert enige jaren bekend als een middel dat in zekere mate kan bijdragen aan een toename van het uithoudingsvermogen van de duiven. In sommige publicaties worden percentages genoemd tot wel 20% toename van het uithoudingsvermogen. We moeten evenwel in het achterhoofd houden dat dit soort producten pas een bijdrage kunnen leveren aan de te leveren prestatie als de duiven optimaal gezond zijn. Ze zijn geen vervanging voor noodzakelijke geneesmiddelen bij een matige gezondheid.
De octacosanolen worden in het spierweefsel benut om dit beter te laten werken en helpt het uithoudingsvermogen te verbeteren. Er bestaat verschil in effect op het uithoudingsvermogen afhankelijk van de gebruikte soort en kwaliteit van de octacosanol. Effect mag ook niet op korte termijn verwacht worden eerst moet het spierweefsel zich met het product verzadigd hebben in combinatie met te leveren trainingsarbeid. Wordt niet gelijktijdig trainingsarbeid verricht dan is de kans groot dat de octacosanol in het vetweefsel wordt opgeslagen waarmee het te behalen effect verloren gaat.
Wil men dus succes behalen met dit soort preparaten dan dient men het ten minste een maand te verstrekken waarbij dus gelijktijdig trainingsarbeid verricht wordt door de duiven. Na deze maand is een gift van 2-3 x per week voldoende om het effect op peil te houden.
Wil men het gebruiken maar denkt men ook zonder de opbouwfase te kunnen, dan is mijn advies: spaar U het geld uit en begin er niet aan. Dan is het weggegooid geld.
Wij hebben de octacosanol zitten in de Bony-endurance. Dit preparaat bevat naast octacosanol ook glutamine en een geringe hoeveelheid vitamine en mineralen. Dit product is geschikt tijdens de trainingsfase. Wil men een product voor de onderhoudsfase kan in plaats van de Bony-endurance gebruik gemaakt worden van Bony-vliegolie-Octacosanol 20.000.
Natuurlijke begeleiding van de jonge duiven.
Zoals bekend dienst het streven erop gericht te zijn de jonge duiven zo min mogelijk medicijnen te verstrekken. Ons advies is dan ook de jonge vroeg te enten tegen paramyxo en bij die gelegenheid uw duivenarts te vragen de jongen even te controleren op huis- tuin- en keukenziekten (wormen, coccidiose en het Geel). Afhankelijk van de ernst moet er wel of niet ingegrepen worden. Ik leg de lat bij de jongen hoog en de nadruk op selectie. Dus prefereer ik het zo veel mogelijk bij de jongen met de handen van de medicijnpot af te blijven. Naarmate men meer naar de medicijnpot grijpt zal het eigen afweerapparaat van de jonge duiven minder gestimuleerd worden. En juist de ontwikkeling van een goed functionerend eigen afweerorgaan moet het streven zijn bij de jonge duiven. Nu snap ik ook wel dat als men 50 jonge duiven heeft zitten waarvan er 20 aan de coli-diarree komen of een andere kinderziekte vertonen, de angst menig liefhebber om het hart slaat en de medicijntrommel al snel geraadpleegd wordt. In de praktijk zien we dat liefhebbers die kiezen voor een natuurlijke medische begeleiding minder snel aanlopen tegen die 20 duiven van de 50 duiven die ziek worden. Dus als het dan beperkt blijft tot bijvoorbeeld 2 of 3 dan is het mogelijk deze jongen individueel te behandelen of zelfs uit te selecteren. Dat laatste is zeker gewenst indien een dergelijke jonge duif na een individuele behandeling weer terugvalt in zijn oude kwaal. Selectie is en blijft het beste medicijn op de lange termijn.
Zelf adviseer ik een soort van startpakket jonge duiven. Dat betekent de rode draad: Bony-SGR bij het afzetten een week achtereen en daarna 2-3 x per week. Niet meer want hebben de duiven te vroeg te veel vlieglust. Verder de combinatie BMT met Basiskern als dan niet aan het voer geplakt met Nucleovit. In principe moet het, uitzonderingen daargelaten, zeer goed mogelijk zijn de jonge duiven op te laten groeien zonder overmatig medicijngebruik. Wat heet veelal zonder medicijngebruik. Ik heb het hier over normale omstandigheden. Er zullen altijd uitzonderingssituaties zijn waarbij de infectiedruk zo hoog is dat ingrijpen noodzakelijk wordt.
Het voordeel van de natuurlijke aanpak is weer dat er een betere selectie mogelijk wordt doordat de zwakkere broeders eerder opvallen en de nodige maatregelen snel genomen kunnen worden.
Succes
Peter Boskamp
zondag 28 februari 2010
PETER BOSKAMP NIEUWSBRIEF DUIF MAART 2010
Nieuwsbrief duif maart 2010
Julianalaan 7a, 6191 AL Beek, Tel: 0031-46-4371885 Boskamp@pigeonvetcenter.com
Open deuren of toch niet….?
Nu het seizoen weer nadert komen weer een aantal bekende vragen op ons af.
Sommige vragen lijken open deuren, maar blijken dat in de praktijk voor menig liefhebber niet te zijn. Veel van deze vragen heb ik immers al uitgebreid behandelt in de diverse nieuwsbrieven.
Scheefvliegers
In deze tijd van het jaar zien we veel duiven die zwabberen door de lucht. Soms komen ze zelfs niet meer op hun schapje. In de volksmond noemen we ze scheefvliegers. Veelal wordt de oorzaak geweten aan de overmatige inspanning waardoor er trauma’s ontstaan in de spieren, pezen en aanhechtingen. Aanvankelijk werden deze duiven daarom behandeld met pijnstillers. Veelal met matig resultaat. Zelf behandel ik deze duiven al sinds jaar en dag met medicijnen die werkzaam zijn tegen streptococcen. Van belang is het dat deze behandeling zo spoedig mogelijk na aanvang van de symptomen dient te worden gestart om zo veel mogelijk resultaat te hebben.
Niet alle duivenartsen zijn het erover eens dat de oorzaak wel eens gelegen zou kunnen zijn in een overmatige inspanning die verergert wordt door een ontstekingsreactie door streptoccoccen. Vaak hoor ik dan als argument dat niet altijd deze bacterie gevonden wordt bij sectie van deze duiven. Dat mag dan wel waar zijn, mijn insteek is deze duiven gezond te krijgen en ze niet open te hoeven maken nadat ze waardeloos geworden zijn.
Een voorbeeld van voorbarig opruimen is het verhaal van een liefhebber die een duif mee gaf aan een collega melker om deze bij zijn duivenarts te laten onderzoeken, omdat hij mij niet kon bereiken omdat ik met longproblemen op bed lag.
Deze collega bekeek de duif en adviseerde hem maar achter te laten omdat er niets aan te doen was. De arts zou hem uit zijn leiden verlossen. Zo gebeurde.
De melker meldde dit bij ons en kreeg het advies de resterende 7 duiven die dezelfde kwaal hadden toch te behandelen tegen streptococcen en ze niet zoals was geadviseerd, de duiven op te ruimen.
Op de beurs in Dortmund vertelde deze liefhebber me dat alle duiven na drie dagen al weer nagenoeg normaal vlogen en dat er nu helemaal niets meer aan te zien was.
Moraal van dit verhaal: Ook al mag het dan wetenschappelijk niet vaststaan dat streptococcen de oorzaak van deze kwaal zijn, toch adviseer ik deze duiven als zodanig te behandelen omdat in veel gevallen de kwaal daardoor binnen enkele dagen over is, mits men tijdig begint met de behandeling. “Niet geschoten is altijd mis”, ben ik hierover geneigd te zeggen.
Pokken
Liefhebbers vragen me ook vaak of ze tegen pokken moeten enten. Deze vraag is weer een tijdje actueel omdat we afgelopen jaar meer pokken zagen dan normaal. Het pokkenprobleem is een probleem met een golfbeweging. Als de pokken weer eens uitbreken gaan de liefhebbers weer massaal vaccineren hiertegen waardoor de infectiedruk afneemt en het probleem veel kleiner wordt. Is het zo dat we een paar jaar niets horen over pokken dan wordt het vaccineren weer “vergeten” zodat na kortere of langere tijd weer een nieuwe golf van pokkenproblemen over de duiven heen komt.
Zoals bekend is het vaccin (ovo-peristerin) van Intervet van de markt verdwenen toen deze firma door een ander bedrijf werd overgenomen. Er zijn nu enkele Oost-europese vaccins beschikbaar die ook via de veerfollikelmethode werken.
Ik ken tevreden gebruikers, maar ook hebben me klachten bereikt over deze vaccins. Ze zouden in sommige gevallen niet voldoende werken of juist te sterk zijn waardoor de duiven te heftig zouden reageren. Aangezien er geen andere vaccins op de markt zijn, zal de toekomst moeten leren of het bakerpraatjes betreft of dat deze vaccins daadwerkelijk niet optimaal zijn.
Gelukkig is de kombi-entstof Paramyxo/Pox weer beschikbaar zodat er een alternatief is voor de veerfollikelmethode. De firma Fort Dodge die dit vaccin beschikbaar stelde is inmiddels overgenomen door de firma Pfizer. Het is te hopen dat deze firma de duivenvaccins niet van de markt haalt uit bedrijfseconomische overwegingen. Veel farmaceutische bedrijven hebben immers weinig op met de duivensport.
En wat betreft de vraag of het verstandig is om te vaccineren? : Ik zou het wel doen. De infectiedruk is momenteel immers vrij hoog. Dus problemen zijn dan ook te verwachten dit seizoen.
Geelbesmetting
Trichomoniasis is en blijft het onderwerp waarover de meeste vragen gesteld worden. Daarnaast proclameren veel liefhebbers hun wijsheid als waarheid zonder dat dit overeenstemt met de werkelijkheid. Zo zijn er nog genoeg liefhebbers die blijven roepen dat een keer in de veertien dagen 2 dagen wat Ronidazole in het drinkwater goed werkt tegen het geel, want, zeggen ze dan, ze spelen immers goed.
Wat ze niet (willen) weten is dat zij zelf de grootste boosdoeners zijn voor het ontstaan van de resistentie van deze parasieten tegen de gebruikelijke medicijnen ter bestrijding van het geel. Immers is het deze handelwijze die er voor gezorgd heeft en nog steeds zorgt dat de resistentie toeneemt. Ten eerste is kuren tegen het geel via het drinkwater op zich veelal al beperkt efficiënt, omdat zeker in deze tijd van het jaar te weinig drinken om een effectieve bloedspiegel van het medicijn te krijgen. Ten tweede is een kuur van twee dagen geen kuur. Immers in die twee dagen worden alleen de zwakke broeders afgedood waardoor op termijn alleen sterke parasieten overblijven die zich kunnen vermenigvuldigen.
Als we kijken naar de toename van de resistentie tegen de geelmiddelen de afgelopen 10 jaar is het bedroevend dat deze liefhebbers, overtuigd als ze zijn van hun gelijk, niet op andere en juiste, gedachten zijn te brengen.
Een goede geelkuur in het drinkwater moet voldoende lang gegeven worden en voldoende hoog gedoseerd worden om ook de sterkere geelparasieten af te doden. We beginnen zo stilletjes aanin een stadium te komen dat het goed zou zijn dat liefhebbers na een kuur hun duiven bij een duivenarts nogmaals zouden laten controleren op de werkzaamheid van de ingestelde behandeling.
We dienen ons goed te realiseren dat er weinig alternatieven zijn voor de geelbehandelingen die we nu hebben. De liefhebbers die dan tegen me zeggen dat ze in geval van resistentie “gewoon” over gaan op een ander middel realiseren zich geeneens dat alle beschikbare middelen tegen het geel min of meer familie van elkaar zijn omdat ze voorkomen uit dezelfde groep medicijnen.
Resistentie tegen een middel levert heel snel al resistentie op tegen de “neefjes en nichtjes”.
In volgorde van effectiviteit kan men zeggen dat tabletten en capsules het beste werken. Een hoge dosering in korte tijd zorgt ervoor dat ook de sterkere parasieten het loodje nog leggen. Ik zeg nog(!) omdat ook bij deze manier van behandelen al resistentiegevallen voorkomen.
Een geelkuur over het voer van voldoende lengte en in voldoende hoge dosering kan het probleem ook nog tackelen. Maar net als bij een kuur via het drinkwater geldt hier dat het verstandig zou zijn indien met de werkzaamheid zou (laten) controleren om in staat gesteld te worden de kuur zo nodig te verlengen.
Van een kuur via het drinkwater mag zolang de “R” in de maand is geen mirakel verwacht worden. Kiest men voor deze weg dan is controle na de kuur bijna noodzaak om zekerheid te hebben.
Alternatieve “geelmiddelen”
In de loop der tijd bereikten me natuurlijk ook de diverse middelen die ook werkzaam zouden zijn tegen het geel. Zoals appelazijn, Citroenzuur, halamid, Vitamine C enz enz.
Veelal verzurende producten.
Wat is er van waar? Welnu, er zijn liefhebbers die geregeld deze producten als geelkuur gaven. Veel van deze duiven hebben bij controle dan gewoon het geel.
Ter genezing van een geelbesmetting kan men deze middelen dan ook niet inzetten.
Wat ik in de praktijk wel zie is dat mensen die een goede geelkuur hebben gegeven aan het einde van de zomer en daarna geregeld verzurende preparaten gebruiken vaak bij controle voor de kweek of nu in het voorjaar geen geel hebben bij hun duiven. Verzuring van het drinkwater heeft in deze dus zeker zin
Als hulpmiddel tegen te verspreiding van de geelparasieten. Wat we daarbij wel voor ogen moeten houden is dat het een preventieve maatregel betreft die bijdraagt aan de preventie als vooraf een degelijke en goede geelkuur is gegeven van voldoende concentratie en voldoende lengte. Dus niet de 2 daagse flutkuurtjes van de liefhebbers die het altijd beter willen weten omdat ze het al 25 jaar of langer zo gedaan hebben.
Basispakket
De vraag naar ‘een begeleidingsschema’ voor de jonge duiven bereikt me de afgelopen weken ook geregeld. ‘Hoe kan ik mijn jonge duiven gezond houden tot aan de vluchten?’
Dan kan ik niet anders dan herhalen wat ik al vele malen schreef. Afzetten en laten controleren of de duiven vrij zijn van geel. Dan een week lang Bony-SGR in het drinkwater.
Na die week 2 x per week Bony-SGR in het drinkwater tot 2 weken voor de opleervluchten.
Twee maal per week Basiskern met BMT over het voer. Aan het voer plakken met Lookolie, kweekolie of als het helemaal goed gedaan wordt met Nucleovit.
En enkel malen per week Bony-M mineralen.
Doorgaans is dit voldoende om de duiven optimaal te ondersteunen tot aan de vluchten waarbij ze kinderziekten kunnen en mogen meemaken zonder ziek te worden. Op deze manier groeien de jongen mooi op te volwaardige duiven.
Succes
Peter Boskamp
Julianalaan 7a, 6191 AL Beek, Tel: 0031-46-4371885 Boskamp@pigeonvetcenter.com
Open deuren of toch niet….?
Nu het seizoen weer nadert komen weer een aantal bekende vragen op ons af.
Sommige vragen lijken open deuren, maar blijken dat in de praktijk voor menig liefhebber niet te zijn. Veel van deze vragen heb ik immers al uitgebreid behandelt in de diverse nieuwsbrieven.
Scheefvliegers
In deze tijd van het jaar zien we veel duiven die zwabberen door de lucht. Soms komen ze zelfs niet meer op hun schapje. In de volksmond noemen we ze scheefvliegers. Veelal wordt de oorzaak geweten aan de overmatige inspanning waardoor er trauma’s ontstaan in de spieren, pezen en aanhechtingen. Aanvankelijk werden deze duiven daarom behandeld met pijnstillers. Veelal met matig resultaat. Zelf behandel ik deze duiven al sinds jaar en dag met medicijnen die werkzaam zijn tegen streptococcen. Van belang is het dat deze behandeling zo spoedig mogelijk na aanvang van de symptomen dient te worden gestart om zo veel mogelijk resultaat te hebben.
Niet alle duivenartsen zijn het erover eens dat de oorzaak wel eens gelegen zou kunnen zijn in een overmatige inspanning die verergert wordt door een ontstekingsreactie door streptoccoccen. Vaak hoor ik dan als argument dat niet altijd deze bacterie gevonden wordt bij sectie van deze duiven. Dat mag dan wel waar zijn, mijn insteek is deze duiven gezond te krijgen en ze niet open te hoeven maken nadat ze waardeloos geworden zijn.
Een voorbeeld van voorbarig opruimen is het verhaal van een liefhebber die een duif mee gaf aan een collega melker om deze bij zijn duivenarts te laten onderzoeken, omdat hij mij niet kon bereiken omdat ik met longproblemen op bed lag.
Deze collega bekeek de duif en adviseerde hem maar achter te laten omdat er niets aan te doen was. De arts zou hem uit zijn leiden verlossen. Zo gebeurde.
De melker meldde dit bij ons en kreeg het advies de resterende 7 duiven die dezelfde kwaal hadden toch te behandelen tegen streptococcen en ze niet zoals was geadviseerd, de duiven op te ruimen.
Op de beurs in Dortmund vertelde deze liefhebber me dat alle duiven na drie dagen al weer nagenoeg normaal vlogen en dat er nu helemaal niets meer aan te zien was.
Moraal van dit verhaal: Ook al mag het dan wetenschappelijk niet vaststaan dat streptococcen de oorzaak van deze kwaal zijn, toch adviseer ik deze duiven als zodanig te behandelen omdat in veel gevallen de kwaal daardoor binnen enkele dagen over is, mits men tijdig begint met de behandeling. “Niet geschoten is altijd mis”, ben ik hierover geneigd te zeggen.
Pokken
Liefhebbers vragen me ook vaak of ze tegen pokken moeten enten. Deze vraag is weer een tijdje actueel omdat we afgelopen jaar meer pokken zagen dan normaal. Het pokkenprobleem is een probleem met een golfbeweging. Als de pokken weer eens uitbreken gaan de liefhebbers weer massaal vaccineren hiertegen waardoor de infectiedruk afneemt en het probleem veel kleiner wordt. Is het zo dat we een paar jaar niets horen over pokken dan wordt het vaccineren weer “vergeten” zodat na kortere of langere tijd weer een nieuwe golf van pokkenproblemen over de duiven heen komt.
Zoals bekend is het vaccin (ovo-peristerin) van Intervet van de markt verdwenen toen deze firma door een ander bedrijf werd overgenomen. Er zijn nu enkele Oost-europese vaccins beschikbaar die ook via de veerfollikelmethode werken.
Ik ken tevreden gebruikers, maar ook hebben me klachten bereikt over deze vaccins. Ze zouden in sommige gevallen niet voldoende werken of juist te sterk zijn waardoor de duiven te heftig zouden reageren. Aangezien er geen andere vaccins op de markt zijn, zal de toekomst moeten leren of het bakerpraatjes betreft of dat deze vaccins daadwerkelijk niet optimaal zijn.
Gelukkig is de kombi-entstof Paramyxo/Pox weer beschikbaar zodat er een alternatief is voor de veerfollikelmethode. De firma Fort Dodge die dit vaccin beschikbaar stelde is inmiddels overgenomen door de firma Pfizer. Het is te hopen dat deze firma de duivenvaccins niet van de markt haalt uit bedrijfseconomische overwegingen. Veel farmaceutische bedrijven hebben immers weinig op met de duivensport.
En wat betreft de vraag of het verstandig is om te vaccineren? : Ik zou het wel doen. De infectiedruk is momenteel immers vrij hoog. Dus problemen zijn dan ook te verwachten dit seizoen.
Geelbesmetting
Trichomoniasis is en blijft het onderwerp waarover de meeste vragen gesteld worden. Daarnaast proclameren veel liefhebbers hun wijsheid als waarheid zonder dat dit overeenstemt met de werkelijkheid. Zo zijn er nog genoeg liefhebbers die blijven roepen dat een keer in de veertien dagen 2 dagen wat Ronidazole in het drinkwater goed werkt tegen het geel, want, zeggen ze dan, ze spelen immers goed.
Wat ze niet (willen) weten is dat zij zelf de grootste boosdoeners zijn voor het ontstaan van de resistentie van deze parasieten tegen de gebruikelijke medicijnen ter bestrijding van het geel. Immers is het deze handelwijze die er voor gezorgd heeft en nog steeds zorgt dat de resistentie toeneemt. Ten eerste is kuren tegen het geel via het drinkwater op zich veelal al beperkt efficiënt, omdat zeker in deze tijd van het jaar te weinig drinken om een effectieve bloedspiegel van het medicijn te krijgen. Ten tweede is een kuur van twee dagen geen kuur. Immers in die twee dagen worden alleen de zwakke broeders afgedood waardoor op termijn alleen sterke parasieten overblijven die zich kunnen vermenigvuldigen.
Als we kijken naar de toename van de resistentie tegen de geelmiddelen de afgelopen 10 jaar is het bedroevend dat deze liefhebbers, overtuigd als ze zijn van hun gelijk, niet op andere en juiste, gedachten zijn te brengen.
Een goede geelkuur in het drinkwater moet voldoende lang gegeven worden en voldoende hoog gedoseerd worden om ook de sterkere geelparasieten af te doden. We beginnen zo stilletjes aanin een stadium te komen dat het goed zou zijn dat liefhebbers na een kuur hun duiven bij een duivenarts nogmaals zouden laten controleren op de werkzaamheid van de ingestelde behandeling.
We dienen ons goed te realiseren dat er weinig alternatieven zijn voor de geelbehandelingen die we nu hebben. De liefhebbers die dan tegen me zeggen dat ze in geval van resistentie “gewoon” over gaan op een ander middel realiseren zich geeneens dat alle beschikbare middelen tegen het geel min of meer familie van elkaar zijn omdat ze voorkomen uit dezelfde groep medicijnen.
Resistentie tegen een middel levert heel snel al resistentie op tegen de “neefjes en nichtjes”.
In volgorde van effectiviteit kan men zeggen dat tabletten en capsules het beste werken. Een hoge dosering in korte tijd zorgt ervoor dat ook de sterkere parasieten het loodje nog leggen. Ik zeg nog(!) omdat ook bij deze manier van behandelen al resistentiegevallen voorkomen.
Een geelkuur over het voer van voldoende lengte en in voldoende hoge dosering kan het probleem ook nog tackelen. Maar net als bij een kuur via het drinkwater geldt hier dat het verstandig zou zijn indien met de werkzaamheid zou (laten) controleren om in staat gesteld te worden de kuur zo nodig te verlengen.
Van een kuur via het drinkwater mag zolang de “R” in de maand is geen mirakel verwacht worden. Kiest men voor deze weg dan is controle na de kuur bijna noodzaak om zekerheid te hebben.
Alternatieve “geelmiddelen”
In de loop der tijd bereikten me natuurlijk ook de diverse middelen die ook werkzaam zouden zijn tegen het geel. Zoals appelazijn, Citroenzuur, halamid, Vitamine C enz enz.
Veelal verzurende producten.
Wat is er van waar? Welnu, er zijn liefhebbers die geregeld deze producten als geelkuur gaven. Veel van deze duiven hebben bij controle dan gewoon het geel.
Ter genezing van een geelbesmetting kan men deze middelen dan ook niet inzetten.
Wat ik in de praktijk wel zie is dat mensen die een goede geelkuur hebben gegeven aan het einde van de zomer en daarna geregeld verzurende preparaten gebruiken vaak bij controle voor de kweek of nu in het voorjaar geen geel hebben bij hun duiven. Verzuring van het drinkwater heeft in deze dus zeker zin
Als hulpmiddel tegen te verspreiding van de geelparasieten. Wat we daarbij wel voor ogen moeten houden is dat het een preventieve maatregel betreft die bijdraagt aan de preventie als vooraf een degelijke en goede geelkuur is gegeven van voldoende concentratie en voldoende lengte. Dus niet de 2 daagse flutkuurtjes van de liefhebbers die het altijd beter willen weten omdat ze het al 25 jaar of langer zo gedaan hebben.
Basispakket
De vraag naar ‘een begeleidingsschema’ voor de jonge duiven bereikt me de afgelopen weken ook geregeld. ‘Hoe kan ik mijn jonge duiven gezond houden tot aan de vluchten?’
Dan kan ik niet anders dan herhalen wat ik al vele malen schreef. Afzetten en laten controleren of de duiven vrij zijn van geel. Dan een week lang Bony-SGR in het drinkwater.
Na die week 2 x per week Bony-SGR in het drinkwater tot 2 weken voor de opleervluchten.
Twee maal per week Basiskern met BMT over het voer. Aan het voer plakken met Lookolie, kweekolie of als het helemaal goed gedaan wordt met Nucleovit.
En enkel malen per week Bony-M mineralen.
Doorgaans is dit voldoende om de duiven optimaal te ondersteunen tot aan de vluchten waarbij ze kinderziekten kunnen en mogen meemaken zonder ziek te worden. Op deze manier groeien de jongen mooi op te volwaardige duiven.
Succes
Peter Boskamp
zondag 31 januari 2010
BOSKAMP PETER NIEUWSBRIEF DUIF FEBRUARI 2010
Nieuwsbrief duif februari 2010
Julianalaan 7a, 6191 AL Beek, Tel: 0031-46-4371885 Boskamp@pigeonvetcenter.com
Natuurlijke aanpak (2)
Toen we zaten na te babbelen in Blackpool, tegenover de Wintergarden, waar “the Show of the year” (Engelse duivenbeurs) gehouden werd, kwam naar voren dat het opgevallen was dat de Engelse liefhebbers vooral geïnteresseerd waren in medicijnen. Het verhaal over een meer natuurlijke aanpak leek aan dovenmansoren gericht.
Ik realiseerde me dat er aan deze kant van het kanaal, wat dit betreft, al meer open gestaan wordt voor de andere kijk op de medische begeleiding van de duivensport.
Het zou natuurlijk ook best kunnen dat men alleen maar verbaasd was een dierenarts te horen zeggen dat er minder medicijnen gebruikt zouden moeten worden.
Steevast vertelden de Engelsen dat duiven alleen maar gezond waren te houden met behulp van medicijnen. Eigenlijk is dat het denkbeeld dat jaren geleden ook in Nederland, België en Duitsland algemeen geldend was.
We hebben het over gezond houden met behulp van medicijnen. Maar dat is in mijn ogen een misvatting. Het moet zo zijn dat we de duiven gezond houden met behulp van een verhoging van de basisweerstand. Als de duiven desondanks ziek worden kunnen we de ziekte helpen bestrijden met medicijnen.
De medicijnen zorgen dan dat de duiven minder ziek worden en daardoor is het mogelijk dat de duiven aan hun gezondheid kunnen gaan werken.
Gezondheid en ziekte liggen in die gedachtegang als het ware in elkaars verlengde.
Je zou een en ander kunnen uitbeelden als een lijn waarop de gezondheid als positief wordt afgebeeld. Daarbij zou men aan het ene uiteinde duiven kunnen plaatsen die in topvorm zijn en die blaken van gezondheid.
Als de mate van gezondheid dan afneemt komen we langzaam in de gevarenzone waarbij de gevoeligheid voor ziekte meer en meer toeneemt.
Aan het einde van de ziekte staat dan sterfte. Aan de top van de gezondheid staat de duif in topvorm.
Bij het gros van de liefhebbers, zo heb ik de afgelopen jaren moeten constateren bevinden de duiven zich in de middenzone. Dus een mengelmoes van gezonde en zieke duiven, met daarin een variatie in de mate van ziekte en gezondheid.
De misvatting die nog steeds veel liefhebbers hebben is de veronderstelling dat de “goede” spelers een of ander geheim medisch middel hebben om de duiven in de groep van de gezonde duiven te houden. Je zou haast vermoeden dat die veronderstelling kunstmatig in leven wordt gehouden om de zaak af te leiden van waar het werkelijk om gaat.
Zoals ik al vaker heb gesteld, hebben deze topliefhebbers het juiste inzicht om de duiven optimaal gezond te houden. Daardoor juist zijn deze duiven minder gevoelig voor bedreigende ziektes.
Het is dus precies anders om. Deze liefhebbers investeren in gezondheid en niet in de bestrijding van ziektes. Want als de ziektes bestreden zijn, is er nog niet automatisch een optimale gezondheid.
Het zou een algemeen aanvaard uitgangspunt moeten zijn dat de gezondheid gestimuleerd dient te worden, waardoor er uiteindelijk minder ziektes bestreden zouden moeten worden.
En juist om de gezondheid te stimuleren is een goede natuurlijke aanpak een basisvereiste.
Als we teruggaan in de tijd naar de periode voor het geneesmiddelen gebruik in de duivensport, dan komen we in een periode terecht waarin de duiven enerzijds kwalitatief doorgaans minder waren ten opzichte van heden ten dage , maar ook minder gevoelig waren voor ziekten.
We moeten wel zo eerlijk zijn toe te geven dat de medicijnen het mogelijk maakten om duiven met goede genetische vliegeigenschappen in leven te houden en hieruit te kweken. Iets wat zonder de medicatie waarschijnlijk veel moeizamer was verlopen. De duivensport als geheel heeft hiervan de vluchten kunnen plukken.
Maar we zijn daarin doorgeschoten. We zijn de medicijnen gaan gebruiken om allerlei ongemakjes die duiven konden hebben weg te poetsen. We hebben daarmee een belangrijk natuurlijk mechanisme te kort gedaan. Namelijk het mechanisme van de selectie van de sterkste.
Voeg hierbij de verschraling van de voeding die mens en dier de afgelopen 30-40 jaar ten deel is gevallen. De gehaltes aan waardevolle voedingsstoffen in de normale voeding, zo is uit diverse onderzoeken gebleken, is de laatste tientallen jaren gestaag teruggelopen. De opmerking van de gezondheidsraad dat gevarieerde voeding genoeg is om voldoende vitamines en spoorelementen binnen te krijgen, is, naar mijn inzicht, niet echt meer van deze tijd. Tenminste niet als we ervan uit willen gaan dat we topsport willen bedrijven.
Gesteld mag worden dat ook de kwaliteit van de voeding van de duiven, zeer waarschijnlijk, destijds beter was. En met beter bedoel ik dan dat de vergaande verschraling van de landbouwproducten nog niet zo sterk haar intrede had gedaan. Duiven kregen per voeding meer goede bouwstoffen binnen. Bouwstoffen die ook nodig waren om gezond te kunnen blijven. Ook om de stress bij de wedvluchten aan te kunnen.
Meer duiven op een hok en daardoor een stijging van de infectiedruk, milieuvervuiling en zwaarte van de wedvluchten speelden verder hun deuntje mee. Duivensport was daarnaast ook nog eens topsport aan het worden.
Dit proces van ombouw naar topsport is geleidelijk aan verlopen.
In het begin waren degene die met medicatie de kinderziektes wisten uit te bannen spekkopers. Immers ze wonnen de meeste wedstrijden. Maar toen de grote meute dit ook begon te doen was dit voordeel verdwenen. Wel was toen de gewoonte massaal medicijnen in te zetten geboren.
Met dit medicijngebruik werden allerlei kwaaltjes naar de achtergrond verdrongen. Ook kwaaltjes waarop van oudsher geselecteerd werd. En zonder het beseffen maakten we ons allemaal afhankelijk van die medicijnen……behalve degene die dit door hadden en tijdig de paaltjes begonnen te verzetten. Zij die enerzijds het gebruik van medicatie trachtten te verminderen en anderzijds tegelijkertijd investeerden in gezondheid kwamen meer en meer bovendrijven.
Door minder medicijnen te gebruiken en gelijktijdig te investeren in gezondheid werd het mogelijk goed door te selecteren. De zwakke broeders werden tijdig verwijderd. Nog voor dat ze in staat waren ziektes te gaan spreiden onder de rest van het hok waardoor weer medicatie gebruikt moest worden.
Het meeste wat hier in deze nieuwsbrief staat weet iedereen wel. Het zijn open deuren. Maar het blijft me verbazen dat het gros van de liefhebbers dan toch blijft vasthouden aan het investeren in bestrijding van ziektes in plaats van in het optimaliseren van de gezondheid.
Als liefhebber is het veel verstandiger om de basisweerstand van de duiven te optimaliseren waardoor de duiven zelf beter in staat worden gesteld om ziekten te bestrijden en vorm op te bouwen, dan af te wachten tot het fout gaat of preventief medicijnen te gaan geven via blinde kuren voor het geval dat….
Ik wil erop blijven hameren dat goed voer voor een goede basisweerstand uiterst belangrijk is. Beter minder duiven houden die goed gevoerd worden, dan meer duiven die het met armer voer moeten doen (duivensport is topsport weet u nog!). Er zijn enkele firma’s die de waarde van extra omega 3 in het duivenvoer wel degelijk onderkennen en het derhalve aan hun voeders toevoegen. Let daar eens op. Het voer kan misschien iets duurder zijn, maar dat betaalt zich terug in de kwaliteit van de (jonge) duiven.
Er zijn diverse firma’s die producten op de markt brengen om de basisweerstand te helpen verhogen. Zoals bekend hebben wij zelf een lijn in die richting ontwikkeld de afgelopen 25 jaar die door veel liefhebbers tot volle tevredenheid wordt gebruikt. Naar aanleiding van de vragen wat men uit onze lijn dan het beste kan gebruiken, hebben we recentelijk een startpakket samengesteld.
Maar kijk gerust rond er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden. Als de boodschap maar duidelijk is: Tracht de noodzaak om medicijnen te moeten gebruiken te verminderen door uw topsporters het instrumentarium mee te geven waardoor ze in een goede gezondheid en goed conditie kunnen komen.
Tracht dus de gezondheid te verhogen.
Maar wees aan de andere kant niet kortzichtig. Zorg dat U ruim voor de eerste vluchten uw duiven bij uw duivenarts laat controleren. Zorg dat ze dan vrij zijn van coccidiose, trichomoniasis, luizen en wormen, maar bovenal van luchtweginfecties. Laat de duiven ook controleren op de aanwezigheid van slijm. En geef op dat strategische moment, als het nodig is, een goede kuur voor de luchtwegen of andere ziekten zodat de infectiedruk in de korven over de breedte omlaag gaat en niet weer tijdens het seizoen te pas en te onpas moet worden gekuurd. Zorg er teven voor dat als U moet kuren, U kuurt met het juiste middel, in de juiste dosering en vooral voldoende lang.
Productinformatie
De nieuwsbrieven worden op meerdere locaties geplaatst. Op de een of andere manier heeft dat ertoe geleid dat ik de beschrijvingen van producten of het noemen van productnamen verminder.
Wellicht komt dat doordat er een liefhebber was die me schreef dat de nieuwsbrief op een promotie van mijn eigen producten leek. Ik dacht toen even...is het zo erg?
Op de een of andere manier trek je je zulke kritiek aan. Maar inmiddels zijner een veelvoud van liefhebbers die me vragen of er nieuwe producten uitkomen, of dat ik een bepaald product nader wil beschrijven.
Al met al kun je zeggen dat je het nooit goed kunt doen voor iedereen.
Ik heb daarom besloten om aan de nieuwsbrief die ik zelf verstuur een item productinfo toe te voegen zodra er iets nieuws verschijnt.
Deze maand kreeg ik herhaaldelijk de vraag of er nog nieuwe produkten op de markt kwamen.
Wel er zijn de laatste maanden twee nieuwe producten bijgekomen. Het inmiddels al bekende : Bony-Basiskern.
bony Basiskern is een mengsel van kruiden die een bijdrage leveren aan de gezondheid van de duiven op basis van zeealgenmeel, spporelementen en vitamines. Kruiden die er in zitten zijn onder andere oregano, knoflook, rode zonnehoed, spirulina enz.
Maar regelmatig verstrekt worden. Verkrijgbaar in potten van 500 en van 1000 gram.
Een ander recent product is de Bony-power glutavit. Een mengsel van weieiwit met als extra het aminozuur glutamine dat belangrijk is voor een goede darmcelwerking, maar dat bovenal een aminozuur is voor de spieren. Dus zeer geschikt om te geven na de vlucht. Uitgebalanceerd met vitamines en spoorelementen. Het kan ook voor de vlucht worden gegeven.
Verpakking: emmer van 1 kg. 15,50€
Verder komen de komende tijd enkele nieuwe producten op de markt waaronder enige producten op basis van actief ijzer.
Succes
Peter Boskamp
Julianalaan 7a, 6191 AL Beek, Tel: 0031-46-4371885 Boskamp@pigeonvetcenter.com
Natuurlijke aanpak (2)
Toen we zaten na te babbelen in Blackpool, tegenover de Wintergarden, waar “the Show of the year” (Engelse duivenbeurs) gehouden werd, kwam naar voren dat het opgevallen was dat de Engelse liefhebbers vooral geïnteresseerd waren in medicijnen. Het verhaal over een meer natuurlijke aanpak leek aan dovenmansoren gericht.
Ik realiseerde me dat er aan deze kant van het kanaal, wat dit betreft, al meer open gestaan wordt voor de andere kijk op de medische begeleiding van de duivensport.
Het zou natuurlijk ook best kunnen dat men alleen maar verbaasd was een dierenarts te horen zeggen dat er minder medicijnen gebruikt zouden moeten worden.
Steevast vertelden de Engelsen dat duiven alleen maar gezond waren te houden met behulp van medicijnen. Eigenlijk is dat het denkbeeld dat jaren geleden ook in Nederland, België en Duitsland algemeen geldend was.
We hebben het over gezond houden met behulp van medicijnen. Maar dat is in mijn ogen een misvatting. Het moet zo zijn dat we de duiven gezond houden met behulp van een verhoging van de basisweerstand. Als de duiven desondanks ziek worden kunnen we de ziekte helpen bestrijden met medicijnen.
De medicijnen zorgen dan dat de duiven minder ziek worden en daardoor is het mogelijk dat de duiven aan hun gezondheid kunnen gaan werken.
Gezondheid en ziekte liggen in die gedachtegang als het ware in elkaars verlengde.
Je zou een en ander kunnen uitbeelden als een lijn waarop de gezondheid als positief wordt afgebeeld. Daarbij zou men aan het ene uiteinde duiven kunnen plaatsen die in topvorm zijn en die blaken van gezondheid.
Als de mate van gezondheid dan afneemt komen we langzaam in de gevarenzone waarbij de gevoeligheid voor ziekte meer en meer toeneemt.
Aan het einde van de ziekte staat dan sterfte. Aan de top van de gezondheid staat de duif in topvorm.
Bij het gros van de liefhebbers, zo heb ik de afgelopen jaren moeten constateren bevinden de duiven zich in de middenzone. Dus een mengelmoes van gezonde en zieke duiven, met daarin een variatie in de mate van ziekte en gezondheid.
De misvatting die nog steeds veel liefhebbers hebben is de veronderstelling dat de “goede” spelers een of ander geheim medisch middel hebben om de duiven in de groep van de gezonde duiven te houden. Je zou haast vermoeden dat die veronderstelling kunstmatig in leven wordt gehouden om de zaak af te leiden van waar het werkelijk om gaat.
Zoals ik al vaker heb gesteld, hebben deze topliefhebbers het juiste inzicht om de duiven optimaal gezond te houden. Daardoor juist zijn deze duiven minder gevoelig voor bedreigende ziektes.
Het is dus precies anders om. Deze liefhebbers investeren in gezondheid en niet in de bestrijding van ziektes. Want als de ziektes bestreden zijn, is er nog niet automatisch een optimale gezondheid.
Het zou een algemeen aanvaard uitgangspunt moeten zijn dat de gezondheid gestimuleerd dient te worden, waardoor er uiteindelijk minder ziektes bestreden zouden moeten worden.
En juist om de gezondheid te stimuleren is een goede natuurlijke aanpak een basisvereiste.
Als we teruggaan in de tijd naar de periode voor het geneesmiddelen gebruik in de duivensport, dan komen we in een periode terecht waarin de duiven enerzijds kwalitatief doorgaans minder waren ten opzichte van heden ten dage , maar ook minder gevoelig waren voor ziekten.
We moeten wel zo eerlijk zijn toe te geven dat de medicijnen het mogelijk maakten om duiven met goede genetische vliegeigenschappen in leven te houden en hieruit te kweken. Iets wat zonder de medicatie waarschijnlijk veel moeizamer was verlopen. De duivensport als geheel heeft hiervan de vluchten kunnen plukken.
Maar we zijn daarin doorgeschoten. We zijn de medicijnen gaan gebruiken om allerlei ongemakjes die duiven konden hebben weg te poetsen. We hebben daarmee een belangrijk natuurlijk mechanisme te kort gedaan. Namelijk het mechanisme van de selectie van de sterkste.
Voeg hierbij de verschraling van de voeding die mens en dier de afgelopen 30-40 jaar ten deel is gevallen. De gehaltes aan waardevolle voedingsstoffen in de normale voeding, zo is uit diverse onderzoeken gebleken, is de laatste tientallen jaren gestaag teruggelopen. De opmerking van de gezondheidsraad dat gevarieerde voeding genoeg is om voldoende vitamines en spoorelementen binnen te krijgen, is, naar mijn inzicht, niet echt meer van deze tijd. Tenminste niet als we ervan uit willen gaan dat we topsport willen bedrijven.
Gesteld mag worden dat ook de kwaliteit van de voeding van de duiven, zeer waarschijnlijk, destijds beter was. En met beter bedoel ik dan dat de vergaande verschraling van de landbouwproducten nog niet zo sterk haar intrede had gedaan. Duiven kregen per voeding meer goede bouwstoffen binnen. Bouwstoffen die ook nodig waren om gezond te kunnen blijven. Ook om de stress bij de wedvluchten aan te kunnen.
Meer duiven op een hok en daardoor een stijging van de infectiedruk, milieuvervuiling en zwaarte van de wedvluchten speelden verder hun deuntje mee. Duivensport was daarnaast ook nog eens topsport aan het worden.
Dit proces van ombouw naar topsport is geleidelijk aan verlopen.
In het begin waren degene die met medicatie de kinderziektes wisten uit te bannen spekkopers. Immers ze wonnen de meeste wedstrijden. Maar toen de grote meute dit ook begon te doen was dit voordeel verdwenen. Wel was toen de gewoonte massaal medicijnen in te zetten geboren.
Met dit medicijngebruik werden allerlei kwaaltjes naar de achtergrond verdrongen. Ook kwaaltjes waarop van oudsher geselecteerd werd. En zonder het beseffen maakten we ons allemaal afhankelijk van die medicijnen……behalve degene die dit door hadden en tijdig de paaltjes begonnen te verzetten. Zij die enerzijds het gebruik van medicatie trachtten te verminderen en anderzijds tegelijkertijd investeerden in gezondheid kwamen meer en meer bovendrijven.
Door minder medicijnen te gebruiken en gelijktijdig te investeren in gezondheid werd het mogelijk goed door te selecteren. De zwakke broeders werden tijdig verwijderd. Nog voor dat ze in staat waren ziektes te gaan spreiden onder de rest van het hok waardoor weer medicatie gebruikt moest worden.
Het meeste wat hier in deze nieuwsbrief staat weet iedereen wel. Het zijn open deuren. Maar het blijft me verbazen dat het gros van de liefhebbers dan toch blijft vasthouden aan het investeren in bestrijding van ziektes in plaats van in het optimaliseren van de gezondheid.
Als liefhebber is het veel verstandiger om de basisweerstand van de duiven te optimaliseren waardoor de duiven zelf beter in staat worden gesteld om ziekten te bestrijden en vorm op te bouwen, dan af te wachten tot het fout gaat of preventief medicijnen te gaan geven via blinde kuren voor het geval dat….
Ik wil erop blijven hameren dat goed voer voor een goede basisweerstand uiterst belangrijk is. Beter minder duiven houden die goed gevoerd worden, dan meer duiven die het met armer voer moeten doen (duivensport is topsport weet u nog!). Er zijn enkele firma’s die de waarde van extra omega 3 in het duivenvoer wel degelijk onderkennen en het derhalve aan hun voeders toevoegen. Let daar eens op. Het voer kan misschien iets duurder zijn, maar dat betaalt zich terug in de kwaliteit van de (jonge) duiven.
Er zijn diverse firma’s die producten op de markt brengen om de basisweerstand te helpen verhogen. Zoals bekend hebben wij zelf een lijn in die richting ontwikkeld de afgelopen 25 jaar die door veel liefhebbers tot volle tevredenheid wordt gebruikt. Naar aanleiding van de vragen wat men uit onze lijn dan het beste kan gebruiken, hebben we recentelijk een startpakket samengesteld.
Maar kijk gerust rond er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden. Als de boodschap maar duidelijk is: Tracht de noodzaak om medicijnen te moeten gebruiken te verminderen door uw topsporters het instrumentarium mee te geven waardoor ze in een goede gezondheid en goed conditie kunnen komen.
Tracht dus de gezondheid te verhogen.
Maar wees aan de andere kant niet kortzichtig. Zorg dat U ruim voor de eerste vluchten uw duiven bij uw duivenarts laat controleren. Zorg dat ze dan vrij zijn van coccidiose, trichomoniasis, luizen en wormen, maar bovenal van luchtweginfecties. Laat de duiven ook controleren op de aanwezigheid van slijm. En geef op dat strategische moment, als het nodig is, een goede kuur voor de luchtwegen of andere ziekten zodat de infectiedruk in de korven over de breedte omlaag gaat en niet weer tijdens het seizoen te pas en te onpas moet worden gekuurd. Zorg er teven voor dat als U moet kuren, U kuurt met het juiste middel, in de juiste dosering en vooral voldoende lang.
Productinformatie
De nieuwsbrieven worden op meerdere locaties geplaatst. Op de een of andere manier heeft dat ertoe geleid dat ik de beschrijvingen van producten of het noemen van productnamen verminder.
Wellicht komt dat doordat er een liefhebber was die me schreef dat de nieuwsbrief op een promotie van mijn eigen producten leek. Ik dacht toen even...is het zo erg?
Op de een of andere manier trek je je zulke kritiek aan. Maar inmiddels zijner een veelvoud van liefhebbers die me vragen of er nieuwe producten uitkomen, of dat ik een bepaald product nader wil beschrijven.
Al met al kun je zeggen dat je het nooit goed kunt doen voor iedereen.
Ik heb daarom besloten om aan de nieuwsbrief die ik zelf verstuur een item productinfo toe te voegen zodra er iets nieuws verschijnt.
Deze maand kreeg ik herhaaldelijk de vraag of er nog nieuwe produkten op de markt kwamen.
Wel er zijn de laatste maanden twee nieuwe producten bijgekomen. Het inmiddels al bekende : Bony-Basiskern.
bony Basiskern is een mengsel van kruiden die een bijdrage leveren aan de gezondheid van de duiven op basis van zeealgenmeel, spporelementen en vitamines. Kruiden die er in zitten zijn onder andere oregano, knoflook, rode zonnehoed, spirulina enz.
Maar regelmatig verstrekt worden. Verkrijgbaar in potten van 500 en van 1000 gram.
Een ander recent product is de Bony-power glutavit. Een mengsel van weieiwit met als extra het aminozuur glutamine dat belangrijk is voor een goede darmcelwerking, maar dat bovenal een aminozuur is voor de spieren. Dus zeer geschikt om te geven na de vlucht. Uitgebalanceerd met vitamines en spoorelementen. Het kan ook voor de vlucht worden gegeven.
Verpakking: emmer van 1 kg. 15,50€
Verder komen de komende tijd enkele nieuwe producten op de markt waaronder enige producten op basis van actief ijzer.
Succes
Peter Boskamp
vrijdag 1 januari 2010
PETER BOSKAMP NIEUWSBRIEF DUIF JANUARI 2010
Nieuwsbrief duif januari 2010
Julianalaan 7a, 6191 AL Beek, Tel: 0031-46-4371885 Boskamp@pigeonvetcenter.com
Mede namens het hele team van Diergeneeskundig Centrum Beek wil ik u een voorspoedig, gelukkig en bovenal gezond 2010 toewensen.
Natuurlijke aanpak 1
Was het niet net gisteren toen we het nieuwe millennium inluidden? En nu
hebben we het eerste decennium van de nieuwe eeuw er al weer opzitten. De tijd vliegt.
Wat betreft de duivensport kunnen we stellen dat deze het afgelopen decennium een flinke wijziging heeft ondergaan. Niet alleen is het aantal liefhebbers dramatisch gedaald, mede veroorzaakt door de vergrijzing, maar ook is de duivensport duidelijk geprofessionaliseerd.
Waar vroeger wedstrijden soms urenlang, wat zeg ik, soms immers nog veel langer, openstonden, is het nu allemaal vaak al voorbij voordat je er erg in hebt.
Er mag niets meer mankeren aan de duiven anders maak je al helemaal geen kansen meer op een goede plaatsing.
En de wens om erbij te horen maakt dat er veel liefhebbers zijn die op zoek zijn gegaan naar het “magische middel”. Een middel waardoor ook geweldige uitslagen gemaakt kunnen worden. En laten we er geen doekjes om draaien, er zijn natuurlijk(e) producten die er toe kunnen bijdragen dat duiven beter vliegen. En dan heb ik het niet over doping.
Maar zoeken blijven naar die “wondermiddelen” en daarbij de basis en alles wat daarbij hoort vergeten, alleen maar om snel te willen scoren, is en blijft een verkeerde zienswijze en aanpak. Het is als scoren op de korte termijn en de duivensport om zeep helpen op de lange termijn.
“En al die topspelers dan? Hebben die dan geen wondermiddelen? Dat moet toch zo zijn, dat kan toch niet anders?”
Hoe vaak hoor ik die opmerkingen niet. Het lijkt alsof die zienswijze niet is uit te roeien.
Die topspelers zijn boven alles goede duivenliefhebbers en ze hebben goede duiven.
Om succes te hebben in de duivensport moet men boven alles zelf een goede liefhebber zijn. Iemand met inzicht en een lange termijnvisie.
Daarnaast heeft men goede duiven nodig. Van ezels kun je immers geen renpaarden maken.
Een goede liefhebbers blijft doorgaans kort bij de basis en heeft oog voor een goed “hokmanagement”.
Een goed liefhebber zal zeker geen overmatig gebruik van medicijnen maken.
Als U tot hier hebt gelezen zult U denken: “ ja ja dat weet toch iedereen”. Dat mag dan wel zo zijn, maar handelt U er zelf ook naar?
Bent U een liefhebber die controleert of de verluchting op het hok goed is. Die niet te pas en te onpas dingen op het hok verandert, omdat die en die dat zegt of omdat het daar en daar geschreven staat? Controleert U de verluchting voordat U begint te veranderen aan het hok of het wel nodig is.
Verluchting op een hok is uiterst belangrijk en iets waar niet te lichtvaardig over gedacht moet worden. Te veel en te vaak zie ik duiven met luchtwegproblemen die weliswaar goed of minder goed reageren op medicijnen, maar die veel te snel hervallen in hun problemen, omdat de oorzaak niet wordt aangepakt. Dweilen met de kraan open dus. En maar blijven zoeken naar het wondermiddel uit het potje terwijl de oplossing geheel ergens anders gezocht moet worden.
Goed, we gaan er van uit dat de verluchting op het hok goed is. Bent U ook een liefhebber die zijn duiven observeert. Die iedere dag de tijd neemt om te zien of er duiven tussen zitten die zich anders gedragen dan de anderen. Kijkt U bij de jonge duiven naar krabben aan de kopjes, de kwaliteit van de veren en de conditie enzovoort? En als U er duiven tussen ziet zitten die niet voldoen. Neemt U dan ook maatregelen. Verwijdert U ze van het hok. Want de toppers waar iedereen zich zo blind op meent te moeten staren die doen dat namelijk wel. Die selecteren en selecteren. En als ze geselecteerd hebben selecteren ze nog een keer bij wijze van spreken.
Met een goede selectie is op termijn sowieso al veel meer winst te behalen dan met het steeds weer opnieuw grijpen naar de medicijnpot.
Als U bovenstaande doet dan zult U waarschijnlijk geen “krabber” zijn die achteraan of net na de lijst zit te spelen.
In het begin van dit artikel schreef ik dat de uitslagen kort op elkaar liggen en dat de duiven niets mogen mankeren om er nog bij te kunnen zitten.
Dat is ook zo. En als U bovenstaande management goed doet dan nog is dat geen garantie dat U aan de kop zit.
Daarvoor is het ook nodig dat U let op de gezondheid van de dieren. En wel met regelmaat. Regelmaat bij het laten controleren op de huis-, tuin- en keuken ziektes als het Geel, coccidiose en wormen. Controleren is daarbij beter dan blind kuren. (nu hoor ik het al weer rondzingen in mijn oren; ik doel op de liefhebbers die nu roepen dat ze dat allemaal zelf wel weten en dat ze daar geen controles voor nodig hebben. Helaas is onder deze groep een groot gedeelte die volgens de oude normen kuurt, met middelen die achterhaald zijn en dan nog eens veel te kort waardoor de resistentieproblematiek alleen maar aangewakkerd wordt).
Maar niet alleen de controles op deze (simpele) ziektes is belangrijk. Ook de regelmaat van voeren is belangrijk. Hou liever minder duiven die U goed voert met kwaliteitsvoer dan meer duiven waarbij bezuinigd wordt op goede voeding.
Zo is omega 3 olie is in de voeding van een duif ook belangrijk. Zeker tijdens de kweekperiode en de uitgroei van de jonge duiven.
Als U bij lezing tot dit punt nog niet bent afgehaakt met de gedachte dat U dat eigenlijk ook zou moeten doen, maar om wat voor reden dan ook nalaat, dan hoort U zeer zeker niet bij de krabbers achteraan.
Dan hoor ik sommige denken: “Ik doe dat wel allemaal, maar ik moet inkorven bij liefhebbers die dat allemaal nalaten. Daar zit ik toch maar mooi mee”
Helaas is dit inderdaad vaak het geval. Men denkt er zelf alles aan te doen, maar zit met een hoge infectiedruk in de korven, doordat anderen het niet zo nauw menen te moeten nemen.
Om dat probleem voor te blijven wordt van oudsher (de laatste 35 jaar) meer en meer vertrouwd op de medicijnen uit de potjes.
Ik kan me nog steeds de lezing over een meer natuurlijkere aanpak voor de geest halen die ik ooit hield. Na afloop kwam een liefhebber naar me toe met de woorden: “Hey Bos…, leuk verhaal. Maar dat is goed voor die lullo’s hier. Doe mij volgend jaar gewoon maar weer de poeder x, dan speel ik alles hier weer kapot. Kom dan gaan we samen een glas bier drinken…….”.
Je zou hier moedeloos van kunnen worden. Want er zijn genoeg liefhebbers die dit niet zeggen, maar wel denken. Gelukkig zie ik een toename van het aantal liefhebbers dat ook begint in te zien dat we terug moeten gaan naar de basis.
Dus ook zorgen voor een goede basisweerstand. Dat het juist door die goede basisweerstand mogelijk is om ziekten voor te blijven. En dat het dan, als er desondanks een ziekte uitbreekt, veel makkelijker is om de ziekte te overwinnen met mildere medicijnen waarbij sneller de vorm herkregen wordt.
Laat me hier duidelijk zijn. Ik ben helemaal niet tegen het gebruik van medicijnen in de duivensport. Ik ben geen Don Quichotte . Waar ik wel tegen ben is het te pas en te onpas inzetten van medicijnen in die gevallen waarbij de basisweerstand helemaal over het hoofd wordt gezien.
De ontwikkelingen zijn echter niet allemaal negatief. Er komen meer producten op de markt met probiotica, tussen het kaf worden ook goede omega 3 oliën aangeboden. Zo komen er ook meer producten die de weerstand helpen verhogen.
Zelf werken we al ruim 25 jaar met producten die de weerstand helpen ondersteunen. De rode draad daarin is en blijft de Bony-SGR.
Ik ben van mening dat de duiven er wel bij varen als ze Bony SGR, Basiskern, BMT, kweekolie,probiotica en Bony-mineral krijgen.
Deze combinatie van natuurlijke middelen helpen de dieren hun eigen afweer op een optimaal peil te houden, waardoor ze meer natuurlijke mogelijkheden hebben om ziekten de baas te blijven.
Maar er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden. Ook andere firma’s dragen hieraan hun steentje bij. Ik wil hier echter geen namen noemen om te voorkomen dat ik (ten onrechte) iemand zou vergeten. Waar het mij alleen om gaat is dat liefhebbers er voor zorgen dat hun duiven een goede basisweerstand hebben waardoor de gevoeligheid voor ziekten afneemt en minder medicatie nodig is.
Voor de vaste lezers van de nieuwsbrief zal dit gesneden koek zijn. Ik heb mijn visie hierover al vaker neergeschreven. Maar de afgelopen maanden werd ik (door nieuwe abonnees) zo vaak geconfronteerd met de vraag hoe te starten met een natuurlijke aanpak dat ik besloot er toch weer aandacht aan te besteden.
Maar voor dat ik in de volgende nieuwsbrief de natuurlijke aanpak van luchtwegproblemen en darmproblemen nader wil bespreken hoop ik hier duidelijk te hebben gemaakt dat een meer natuurlijke aanpak niet betekent alle medicijnen in de vuilnisbak te smijten en te vertrouwen op kruidendranken enzovoort. Neen, natuurlijke aanpak houdt in teruggaan naar de basis en zorg dragen dat er preventief gehandeld wordt. Zodanig dat er minder kans is op ziekte-uitbraak. Daarbij kunnen kruidendranken en andere natuurlijke middelen een gedegen ondersteuning vormen. De praktijk leert overduidelijk dat trouwe gebruikers van goede natuurlijke producten, gecombineerd met een goed hokmanagement, op termijn minder en minder medicijnen nodig hebben.
Een mooi voorbeeld is en blijft in Duitsland Berndt Kohagen die in 2006 Nationaal kampioen van Duitsland werd met een minimum aan medicatie.
Maar er zullen desondanks zeker omstandigheden blijven waarbij het noodzakelijk is om een medicijn in te zetten.
Maar alles met mate en met gebruik van gezond verstand.
Succes
Peter Boskamp
Julianalaan 7a, 6191 AL Beek, Tel: 0031-46-4371885 Boskamp@pigeonvetcenter.com
Mede namens het hele team van Diergeneeskundig Centrum Beek wil ik u een voorspoedig, gelukkig en bovenal gezond 2010 toewensen.
Natuurlijke aanpak 1
Was het niet net gisteren toen we het nieuwe millennium inluidden? En nu
hebben we het eerste decennium van de nieuwe eeuw er al weer opzitten. De tijd vliegt.
Wat betreft de duivensport kunnen we stellen dat deze het afgelopen decennium een flinke wijziging heeft ondergaan. Niet alleen is het aantal liefhebbers dramatisch gedaald, mede veroorzaakt door de vergrijzing, maar ook is de duivensport duidelijk geprofessionaliseerd.
Waar vroeger wedstrijden soms urenlang, wat zeg ik, soms immers nog veel langer, openstonden, is het nu allemaal vaak al voorbij voordat je er erg in hebt.
Er mag niets meer mankeren aan de duiven anders maak je al helemaal geen kansen meer op een goede plaatsing.
En de wens om erbij te horen maakt dat er veel liefhebbers zijn die op zoek zijn gegaan naar het “magische middel”. Een middel waardoor ook geweldige uitslagen gemaakt kunnen worden. En laten we er geen doekjes om draaien, er zijn natuurlijk(e) producten die er toe kunnen bijdragen dat duiven beter vliegen. En dan heb ik het niet over doping.
Maar zoeken blijven naar die “wondermiddelen” en daarbij de basis en alles wat daarbij hoort vergeten, alleen maar om snel te willen scoren, is en blijft een verkeerde zienswijze en aanpak. Het is als scoren op de korte termijn en de duivensport om zeep helpen op de lange termijn.
“En al die topspelers dan? Hebben die dan geen wondermiddelen? Dat moet toch zo zijn, dat kan toch niet anders?”
Hoe vaak hoor ik die opmerkingen niet. Het lijkt alsof die zienswijze niet is uit te roeien.
Die topspelers zijn boven alles goede duivenliefhebbers en ze hebben goede duiven.
Om succes te hebben in de duivensport moet men boven alles zelf een goede liefhebber zijn. Iemand met inzicht en een lange termijnvisie.
Daarnaast heeft men goede duiven nodig. Van ezels kun je immers geen renpaarden maken.
Een goede liefhebbers blijft doorgaans kort bij de basis en heeft oog voor een goed “hokmanagement”.
Een goed liefhebber zal zeker geen overmatig gebruik van medicijnen maken.
Als U tot hier hebt gelezen zult U denken: “ ja ja dat weet toch iedereen”. Dat mag dan wel zo zijn, maar handelt U er zelf ook naar?
Bent U een liefhebber die controleert of de verluchting op het hok goed is. Die niet te pas en te onpas dingen op het hok verandert, omdat die en die dat zegt of omdat het daar en daar geschreven staat? Controleert U de verluchting voordat U begint te veranderen aan het hok of het wel nodig is.
Verluchting op een hok is uiterst belangrijk en iets waar niet te lichtvaardig over gedacht moet worden. Te veel en te vaak zie ik duiven met luchtwegproblemen die weliswaar goed of minder goed reageren op medicijnen, maar die veel te snel hervallen in hun problemen, omdat de oorzaak niet wordt aangepakt. Dweilen met de kraan open dus. En maar blijven zoeken naar het wondermiddel uit het potje terwijl de oplossing geheel ergens anders gezocht moet worden.
Goed, we gaan er van uit dat de verluchting op het hok goed is. Bent U ook een liefhebber die zijn duiven observeert. Die iedere dag de tijd neemt om te zien of er duiven tussen zitten die zich anders gedragen dan de anderen. Kijkt U bij de jonge duiven naar krabben aan de kopjes, de kwaliteit van de veren en de conditie enzovoort? En als U er duiven tussen ziet zitten die niet voldoen. Neemt U dan ook maatregelen. Verwijdert U ze van het hok. Want de toppers waar iedereen zich zo blind op meent te moeten staren die doen dat namelijk wel. Die selecteren en selecteren. En als ze geselecteerd hebben selecteren ze nog een keer bij wijze van spreken.
Met een goede selectie is op termijn sowieso al veel meer winst te behalen dan met het steeds weer opnieuw grijpen naar de medicijnpot.
Als U bovenstaande doet dan zult U waarschijnlijk geen “krabber” zijn die achteraan of net na de lijst zit te spelen.
In het begin van dit artikel schreef ik dat de uitslagen kort op elkaar liggen en dat de duiven niets mogen mankeren om er nog bij te kunnen zitten.
Dat is ook zo. En als U bovenstaande management goed doet dan nog is dat geen garantie dat U aan de kop zit.
Daarvoor is het ook nodig dat U let op de gezondheid van de dieren. En wel met regelmaat. Regelmaat bij het laten controleren op de huis-, tuin- en keuken ziektes als het Geel, coccidiose en wormen. Controleren is daarbij beter dan blind kuren. (nu hoor ik het al weer rondzingen in mijn oren; ik doel op de liefhebbers die nu roepen dat ze dat allemaal zelf wel weten en dat ze daar geen controles voor nodig hebben. Helaas is onder deze groep een groot gedeelte die volgens de oude normen kuurt, met middelen die achterhaald zijn en dan nog eens veel te kort waardoor de resistentieproblematiek alleen maar aangewakkerd wordt).
Maar niet alleen de controles op deze (simpele) ziektes is belangrijk. Ook de regelmaat van voeren is belangrijk. Hou liever minder duiven die U goed voert met kwaliteitsvoer dan meer duiven waarbij bezuinigd wordt op goede voeding.
Zo is omega 3 olie is in de voeding van een duif ook belangrijk. Zeker tijdens de kweekperiode en de uitgroei van de jonge duiven.
Als U bij lezing tot dit punt nog niet bent afgehaakt met de gedachte dat U dat eigenlijk ook zou moeten doen, maar om wat voor reden dan ook nalaat, dan hoort U zeer zeker niet bij de krabbers achteraan.
Dan hoor ik sommige denken: “Ik doe dat wel allemaal, maar ik moet inkorven bij liefhebbers die dat allemaal nalaten. Daar zit ik toch maar mooi mee”
Helaas is dit inderdaad vaak het geval. Men denkt er zelf alles aan te doen, maar zit met een hoge infectiedruk in de korven, doordat anderen het niet zo nauw menen te moeten nemen.
Om dat probleem voor te blijven wordt van oudsher (de laatste 35 jaar) meer en meer vertrouwd op de medicijnen uit de potjes.
Ik kan me nog steeds de lezing over een meer natuurlijkere aanpak voor de geest halen die ik ooit hield. Na afloop kwam een liefhebber naar me toe met de woorden: “Hey Bos…, leuk verhaal. Maar dat is goed voor die lullo’s hier. Doe mij volgend jaar gewoon maar weer de poeder x, dan speel ik alles hier weer kapot. Kom dan gaan we samen een glas bier drinken…….”.
Je zou hier moedeloos van kunnen worden. Want er zijn genoeg liefhebbers die dit niet zeggen, maar wel denken. Gelukkig zie ik een toename van het aantal liefhebbers dat ook begint in te zien dat we terug moeten gaan naar de basis.
Dus ook zorgen voor een goede basisweerstand. Dat het juist door die goede basisweerstand mogelijk is om ziekten voor te blijven. En dat het dan, als er desondanks een ziekte uitbreekt, veel makkelijker is om de ziekte te overwinnen met mildere medicijnen waarbij sneller de vorm herkregen wordt.
Laat me hier duidelijk zijn. Ik ben helemaal niet tegen het gebruik van medicijnen in de duivensport. Ik ben geen Don Quichotte . Waar ik wel tegen ben is het te pas en te onpas inzetten van medicijnen in die gevallen waarbij de basisweerstand helemaal over het hoofd wordt gezien.
De ontwikkelingen zijn echter niet allemaal negatief. Er komen meer producten op de markt met probiotica, tussen het kaf worden ook goede omega 3 oliën aangeboden. Zo komen er ook meer producten die de weerstand helpen verhogen.
Zelf werken we al ruim 25 jaar met producten die de weerstand helpen ondersteunen. De rode draad daarin is en blijft de Bony-SGR.
Ik ben van mening dat de duiven er wel bij varen als ze Bony SGR, Basiskern, BMT, kweekolie,probiotica en Bony-mineral krijgen.
Deze combinatie van natuurlijke middelen helpen de dieren hun eigen afweer op een optimaal peil te houden, waardoor ze meer natuurlijke mogelijkheden hebben om ziekten de baas te blijven.
Maar er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden. Ook andere firma’s dragen hieraan hun steentje bij. Ik wil hier echter geen namen noemen om te voorkomen dat ik (ten onrechte) iemand zou vergeten. Waar het mij alleen om gaat is dat liefhebbers er voor zorgen dat hun duiven een goede basisweerstand hebben waardoor de gevoeligheid voor ziekten afneemt en minder medicatie nodig is.
Voor de vaste lezers van de nieuwsbrief zal dit gesneden koek zijn. Ik heb mijn visie hierover al vaker neergeschreven. Maar de afgelopen maanden werd ik (door nieuwe abonnees) zo vaak geconfronteerd met de vraag hoe te starten met een natuurlijke aanpak dat ik besloot er toch weer aandacht aan te besteden.
Maar voor dat ik in de volgende nieuwsbrief de natuurlijke aanpak van luchtwegproblemen en darmproblemen nader wil bespreken hoop ik hier duidelijk te hebben gemaakt dat een meer natuurlijke aanpak niet betekent alle medicijnen in de vuilnisbak te smijten en te vertrouwen op kruidendranken enzovoort. Neen, natuurlijke aanpak houdt in teruggaan naar de basis en zorg dragen dat er preventief gehandeld wordt. Zodanig dat er minder kans is op ziekte-uitbraak. Daarbij kunnen kruidendranken en andere natuurlijke middelen een gedegen ondersteuning vormen. De praktijk leert overduidelijk dat trouwe gebruikers van goede natuurlijke producten, gecombineerd met een goed hokmanagement, op termijn minder en minder medicijnen nodig hebben.
Een mooi voorbeeld is en blijft in Duitsland Berndt Kohagen die in 2006 Nationaal kampioen van Duitsland werd met een minimum aan medicatie.
Maar er zullen desondanks zeker omstandigheden blijven waarbij het noodzakelijk is om een medicijn in te zetten.
Maar alles met mate en met gebruik van gezond verstand.
Succes
Peter Boskamp
zondag 29 november 2009
PETER BOSKAMP NIEUWSBRIEF DUIF DECEMBER 2009
Nieuwsbrief duif december 2009
Julianalaan 7a, 6191 AL Beek, Tel: 0031-46-4371885 Boskamp@pigeonvetcenter.com
Evaluatie beurzen
Zoals altijd waren de beurzen weer gezellig. Oude bekenden terugzien. Bijpraten etc.
De meest gestelde vragen op de afgelopen beurzen waren over paratyfus en het starten van een meer natuurlijke benadering van de duivensport. In deze nieuwsbrief wil ik het hebben over een praktische benadering van het paratyfusprobleem.
Paratyfus (praktisch benaderd)
Het blijft blijkbaar een groot dilemma. Wel of geen kuur geven tegen paratyfus, wel of niet vaccineren tegen deze ziekte. De meningen lopen dan ook duidelijk uiteen. Er zijn dierenartsen die voor enten zijn, anderen zijn er weer tegen en dat geldt ook voor het wel of niet kuren.
Ik denk dat het echter geen ja/nee vragen betreft. We moeten het hele paratyfus probleem in de juiste context bezien.
Allereerst is het belangrijk te weten of er een besmetting is met actieve uitscheiding via de mest ja of nee. Is dit laatste het geval dan dient de benadering van het paratyfusprobleem absoluut een andere te zijn dan wanneer dit niet het geval is.
Het najaar is het beste tijdstip om de mest bacteriologisch te laten onderzoeken op de aanwezigheid van de paratyfus bacil, de Salmonella typhimurium, var. Copenhagen zoals deze sluipmoordenaar officieel heet.
Belangrijk is daarbij dat men een mengmonster verzameld van mest van vijf dagen, dit goed mengt en kneedt en vervolgens een monster hiervan aanbiedt aan een dierenarts die dit kan en wil (laten) onderzoeken.
Dit monster hoeft geeneens zo groot te zijn. Ik kreeg ooit een keer een latexemmer mest toegestuurd met de post. De liefhebber in kwestie had mijn advies om mest van vijf dagen te verzamelen en op te sturen, wel erg letterlijk genomen.
In het najaar zien we de meeste uitscheiding van deze bacil in de mest, deels omdat de duiven door de rui minder weerstand kunnen hebben, maar deels ook doordat er in de ruiperiode doorgaans geen medicijnen worden verstrekt die deze uitscheiding verhinderen, dan wel afremmen.
Dit laatste gegeven is een belangrijk gegeven. Medicijnen remmen de uitscheiding van Salmonella in de mest af. Het ene medicijn kan iets krachtiger zijn dan het andere, maar uit onderzoek is gebleken dat deze uitscheidingsremming hooguit twee maanden aanhoudt.
Daarmee komen we gelijk bij een van de redenen om vraagtekens te zetten bij de najaars-paratyfus-kuur. Immers we moeten niet de illusie hebben dat we met een kuur van x dagen in het najaar het paratyfusprobleem kunnen beheersen.
Wat we met deze kuur bereiken is dat we de totale infectiedruk van darminfecties bij de duif (Salmonella, E. Coli, Proteus, Klebsiella etc) verlagen waardoor in een aantal gevallen een beter kweekresultaat kan worden behaald.
Gemakshalve wordt dit resultaat dan toegeschreven aan de paratyfuskuur. Het kan dus best zo zijn dat deze bacterie niet het hoofdprobleem bij de duiven vormt tijdens de kweek, maar dat bijvoorbeeld juist een andere, zoals een Proteus, de problemen zou gaan veroorzaken.
Met het effect op de verlaging van de totale infectiedruk, tijdens de voorbereiding op de kweek, heeft men dan mijns inziens het enige argument vóór het verstrekken van een paratyfuskuur na de rui. Verstandig is het om na het verstrekken van zo’n kuur(tje) de duiven ook goede probiotica te geven.
En dan het liefst diersoortspecifieke probiotica.
We moeten ons heel goed realiseren dat we de paratyfus bacil echt niet uit kunnen roeien met een simpel antibioticumkuurtje. Daar lachen deze bacteriën simpelweg om. Een voorbeeld uit de kliniek mag dit illustreren. Ik kreeg een tijd terug een dure duif aangeboden die klinische paratyfus bleek te hebben. We spoten de duif 6 dagen met Baytril. De vermagerde duif knapte op en werd weer ronder. Kritisch als ik in deze gevallen ben adviseerde ik de liefhebber de duif nog even te laten zitten. En wat ik vreesde gebeurde. De duif viel weer terug. Er werd toen een combinatie van medicijnen vervaardigd, waaronder weer Baytril, die het in theorie onmogelijk zou moeten maken dat er nog een salmonellabacterie in de duif zou kunnen overleven. Zo gezegd zo gedaan, kreeg de duif 36 dagen deze combinatie toegediend. De duif werd niet beter, maar ging ook niet dood. Besloten werd om het dier te euthanaseren. Ik liet vervolgens de lever op kweek zetten (bij sectie bleek de duif zat vol abcessen te zitten en had dus nooit kunnen genezen) en het onwaarschijnlijke gebeurde! Binnen 24 uur was er een reincultuur van de salmonellabacterie uit de lever te kweken.
Dit mag gelden als het bewijs dat deze bacterie zich echt niet in de luren laat leggen door welke sterke combinatie van antibiotica dan ook.
Wil men het probleem van paratyfus daadwerkelijk te lijf, indien men klinische gevallen of uitscheiders in de mest heeft, dan vereist dit een veel bredere aanpak dan een simpel kuurtje zo af en toe.
Vaccineren dan maar?
Ook hierbij moeten we kanttekeningen plaatsen. We zijn met zijn allen gewend dat we na een goede enting met het paramyxovaccin gevrijwaard zullen blijven van deze ziekte. Meestal is dit dan ook wel het geval, als men tenminste niet verzuimt ook de kwekers op gezette tijden mee te laten profiteren van deze enting. Maar hoe zit het nu met de paratyfusenting?
Mogen we verwachten dat de duiven die gevaccineerd zijn niet meer ziek zullen worden. Dat kan helaas niet met een volmondig ja beantwoord worden. Ik heb duiven die goed gevaccineerd waren toch nog knobbels op de vleugels zien krijgen. Voor diverse liefhebbers het bewijs dat de entstof niet werkt. Ik kan me die reactie voorstellen. Maar toch is deze reactie niet terecht. We moeten de paratyfus enting bezien in het licht waar deze voor bedoeld was, namelijk het terugdringen van de ziekte onder andere door uitscheiding in de mest tegen te gaan zodat de kans dat er nieuwe dragers komen kleiner wordt.
Duiven krijgen na twee maal gevaccineerd te zijn antistoffen in het bloed die de binnendringende bacterie helpen vernietigen voordat deze zich kan nestelen in de lever. In de praktijk zien we na een enting met de paratyfusentstof een vermindering van de uitscheiding in de mest.
Als men de duiven louter wil laten vaccineren om absoluut geen knobbels meer op de vleugels te krijgen, dan kan men zich het geld beter sparen. Maar bezien in het licht van beteugeling van deze ziekte en het op termijn elimineren van de besmettingshaarden in een duivenhok, kan deze enting zijn nut wel degelijk bewijzen.
Belangrijk hierbij is dat de liefhebbers die tot enting (moeten) overgaan, omdat ze veel te veel last hebben van deze sluipmoordenaar, zich realiseren dat de entingen met regelmaat moeten worden herhaald en dat het doel een proces is van de lange adem.
Laat alle liefhebbers die “ook wel eens willen enten” tegen deze ziekte zich het geld besparen. Want het af en toe eens tegen deze ziekte vaccineren bezorgd de entstof onterecht een slechte naam.
Een goed vaccinatiebeleid past in een gedegen aanpak van het salmonella probleem.
Maar met medicijnen en vaccinatie alleen lukt het ook niet op korte termijn. Daarnaast moet ook een sterkere hygiëne beleden worden. Simpelweg omdat de bacterie zich zo verdomde lang weet te handhaven. U kunt uw dierenarts vragen om te onderzoeken of de te gebruiken ontsmettingsmiddelen wel werkzaam zijn tegen de salmonellastam die op uw hok gevonden is.
De salmonellabacterie zorgt er op termijn voor dat de duiven op een hok hun top niet meer weten te behalen. De prestaties kunnen onder de maat blijven of achteruit lopen. Maar dit hoeft beslist niet altijd het geval te zijn. Ik ken hokken die al jaren te maken hebben met deze bacterie en desondanks hoge ogen gooien op de meerdaagse fond. Onmogelijk zult U denken, maar niets is minder waar.
Hoe dat kan? Deze duiven hebben een hoge basisweerstand. Ze worden wat betreft verzorging in de watten gelegd waardoor er een evenwicht is tussen het ziekteverwekkende vermogen van de bacterie en het evenwicht van de duif.
Duiven herbergen meer ziekteverwekkende bacteriën dan we denken. Ik wil het nog wel eens vergelijken met de mensen die ziek worden na een natuurramp. Plotseling breekt dan bijvoorbeeld de Cholera uit. Komt deze bacterie dan uit het niets? Nee, natuurlijk niet. Een ‘gezonde mens’ droeg deze bacterie bij zich en scheidde deze uit. Doordat de omstandigheden voor de bacterie plotseling veel gunstiger werden, doordat het evenwicht werd verstoord, vanwege slechtere omstandigheden en minder weerstand, kon de bacterie zijn kans grijpen.
En dit is ook bij het salmonellaprobleem het geval.
Duiven die in goede conditie zijn zullen minder gauw besmet raken en als ze besmet raken zullen ze niet zo gauw ziek worden…tot de omstandigheden de bacterie meer kans geven. En dan gaat het balletje rollen. Dan kan de bacterie in de kolonie problemen gaan veroorzaken.
Preventief doet men er dus goed aan om de weerstand van de duiven op een zo hoog mogelijk niveau trachten te handhaven. Dat vereist echter een openstaan voor alternatieve wegen in veel gevallen. En niet iedere liefhebber staat hier voor open. Te veel liefhebbers blijven geloven dat het medicijnpotje uiteindelijk wel de oplossing zal brengen.
Als dierenarts weet ik als geen ander dat het soms onvermijdelijk is om medicijnen in te zetten. Immers als er een huis in de brand staat wil ook ik een brand blussen, dan ga ik ook echt niet praten over het plaatsen van brandmelders en brandblussers. Maar zodra er geen brand is, maar wel een dreiging van, dan is het zorgen voor voorbehoedende maatregelen meer dan gewenst.
Samenvattend kunnen we stellen dat het aanpakken van een echt paratyfusprobleem inspanning vereist op meerdere fronten. Uitsluitend met medicijnen of uitsluitend met een vaccinatie laat deze bacterie zich niet klein krijgen. Goede hygiënische maatregelen en degelijke preventieve gezondheidszorg zijn daarbij eveneens onmisbaar.
En preventieve gezondheidszorg, daar is een hele nieuwsbrief over vol te schrijven en wel meer dan een.
Peter Boskamp
Julianalaan 7a, 6191 AL Beek, Tel: 0031-46-4371885 Boskamp@pigeonvetcenter.com
Evaluatie beurzen
Zoals altijd waren de beurzen weer gezellig. Oude bekenden terugzien. Bijpraten etc.
De meest gestelde vragen op de afgelopen beurzen waren over paratyfus en het starten van een meer natuurlijke benadering van de duivensport. In deze nieuwsbrief wil ik het hebben over een praktische benadering van het paratyfusprobleem.
Paratyfus (praktisch benaderd)
Het blijft blijkbaar een groot dilemma. Wel of geen kuur geven tegen paratyfus, wel of niet vaccineren tegen deze ziekte. De meningen lopen dan ook duidelijk uiteen. Er zijn dierenartsen die voor enten zijn, anderen zijn er weer tegen en dat geldt ook voor het wel of niet kuren.
Ik denk dat het echter geen ja/nee vragen betreft. We moeten het hele paratyfus probleem in de juiste context bezien.
Allereerst is het belangrijk te weten of er een besmetting is met actieve uitscheiding via de mest ja of nee. Is dit laatste het geval dan dient de benadering van het paratyfusprobleem absoluut een andere te zijn dan wanneer dit niet het geval is.
Het najaar is het beste tijdstip om de mest bacteriologisch te laten onderzoeken op de aanwezigheid van de paratyfus bacil, de Salmonella typhimurium, var. Copenhagen zoals deze sluipmoordenaar officieel heet.
Belangrijk is daarbij dat men een mengmonster verzameld van mest van vijf dagen, dit goed mengt en kneedt en vervolgens een monster hiervan aanbiedt aan een dierenarts die dit kan en wil (laten) onderzoeken.
Dit monster hoeft geeneens zo groot te zijn. Ik kreeg ooit een keer een latexemmer mest toegestuurd met de post. De liefhebber in kwestie had mijn advies om mest van vijf dagen te verzamelen en op te sturen, wel erg letterlijk genomen.
In het najaar zien we de meeste uitscheiding van deze bacil in de mest, deels omdat de duiven door de rui minder weerstand kunnen hebben, maar deels ook doordat er in de ruiperiode doorgaans geen medicijnen worden verstrekt die deze uitscheiding verhinderen, dan wel afremmen.
Dit laatste gegeven is een belangrijk gegeven. Medicijnen remmen de uitscheiding van Salmonella in de mest af. Het ene medicijn kan iets krachtiger zijn dan het andere, maar uit onderzoek is gebleken dat deze uitscheidingsremming hooguit twee maanden aanhoudt.
Daarmee komen we gelijk bij een van de redenen om vraagtekens te zetten bij de najaars-paratyfus-kuur. Immers we moeten niet de illusie hebben dat we met een kuur van x dagen in het najaar het paratyfusprobleem kunnen beheersen.
Wat we met deze kuur bereiken is dat we de totale infectiedruk van darminfecties bij de duif (Salmonella, E. Coli, Proteus, Klebsiella etc) verlagen waardoor in een aantal gevallen een beter kweekresultaat kan worden behaald.
Gemakshalve wordt dit resultaat dan toegeschreven aan de paratyfuskuur. Het kan dus best zo zijn dat deze bacterie niet het hoofdprobleem bij de duiven vormt tijdens de kweek, maar dat bijvoorbeeld juist een andere, zoals een Proteus, de problemen zou gaan veroorzaken.
Met het effect op de verlaging van de totale infectiedruk, tijdens de voorbereiding op de kweek, heeft men dan mijns inziens het enige argument vóór het verstrekken van een paratyfuskuur na de rui. Verstandig is het om na het verstrekken van zo’n kuur(tje) de duiven ook goede probiotica te geven.
En dan het liefst diersoortspecifieke probiotica.
We moeten ons heel goed realiseren dat we de paratyfus bacil echt niet uit kunnen roeien met een simpel antibioticumkuurtje. Daar lachen deze bacteriën simpelweg om. Een voorbeeld uit de kliniek mag dit illustreren. Ik kreeg een tijd terug een dure duif aangeboden die klinische paratyfus bleek te hebben. We spoten de duif 6 dagen met Baytril. De vermagerde duif knapte op en werd weer ronder. Kritisch als ik in deze gevallen ben adviseerde ik de liefhebber de duif nog even te laten zitten. En wat ik vreesde gebeurde. De duif viel weer terug. Er werd toen een combinatie van medicijnen vervaardigd, waaronder weer Baytril, die het in theorie onmogelijk zou moeten maken dat er nog een salmonellabacterie in de duif zou kunnen overleven. Zo gezegd zo gedaan, kreeg de duif 36 dagen deze combinatie toegediend. De duif werd niet beter, maar ging ook niet dood. Besloten werd om het dier te euthanaseren. Ik liet vervolgens de lever op kweek zetten (bij sectie bleek de duif zat vol abcessen te zitten en had dus nooit kunnen genezen) en het onwaarschijnlijke gebeurde! Binnen 24 uur was er een reincultuur van de salmonellabacterie uit de lever te kweken.
Dit mag gelden als het bewijs dat deze bacterie zich echt niet in de luren laat leggen door welke sterke combinatie van antibiotica dan ook.
Wil men het probleem van paratyfus daadwerkelijk te lijf, indien men klinische gevallen of uitscheiders in de mest heeft, dan vereist dit een veel bredere aanpak dan een simpel kuurtje zo af en toe.
Vaccineren dan maar?
Ook hierbij moeten we kanttekeningen plaatsen. We zijn met zijn allen gewend dat we na een goede enting met het paramyxovaccin gevrijwaard zullen blijven van deze ziekte. Meestal is dit dan ook wel het geval, als men tenminste niet verzuimt ook de kwekers op gezette tijden mee te laten profiteren van deze enting. Maar hoe zit het nu met de paratyfusenting?
Mogen we verwachten dat de duiven die gevaccineerd zijn niet meer ziek zullen worden. Dat kan helaas niet met een volmondig ja beantwoord worden. Ik heb duiven die goed gevaccineerd waren toch nog knobbels op de vleugels zien krijgen. Voor diverse liefhebbers het bewijs dat de entstof niet werkt. Ik kan me die reactie voorstellen. Maar toch is deze reactie niet terecht. We moeten de paratyfus enting bezien in het licht waar deze voor bedoeld was, namelijk het terugdringen van de ziekte onder andere door uitscheiding in de mest tegen te gaan zodat de kans dat er nieuwe dragers komen kleiner wordt.
Duiven krijgen na twee maal gevaccineerd te zijn antistoffen in het bloed die de binnendringende bacterie helpen vernietigen voordat deze zich kan nestelen in de lever. In de praktijk zien we na een enting met de paratyfusentstof een vermindering van de uitscheiding in de mest.
Als men de duiven louter wil laten vaccineren om absoluut geen knobbels meer op de vleugels te krijgen, dan kan men zich het geld beter sparen. Maar bezien in het licht van beteugeling van deze ziekte en het op termijn elimineren van de besmettingshaarden in een duivenhok, kan deze enting zijn nut wel degelijk bewijzen.
Belangrijk hierbij is dat de liefhebbers die tot enting (moeten) overgaan, omdat ze veel te veel last hebben van deze sluipmoordenaar, zich realiseren dat de entingen met regelmaat moeten worden herhaald en dat het doel een proces is van de lange adem.
Laat alle liefhebbers die “ook wel eens willen enten” tegen deze ziekte zich het geld besparen. Want het af en toe eens tegen deze ziekte vaccineren bezorgd de entstof onterecht een slechte naam.
Een goed vaccinatiebeleid past in een gedegen aanpak van het salmonella probleem.
Maar met medicijnen en vaccinatie alleen lukt het ook niet op korte termijn. Daarnaast moet ook een sterkere hygiëne beleden worden. Simpelweg omdat de bacterie zich zo verdomde lang weet te handhaven. U kunt uw dierenarts vragen om te onderzoeken of de te gebruiken ontsmettingsmiddelen wel werkzaam zijn tegen de salmonellastam die op uw hok gevonden is.
De salmonellabacterie zorgt er op termijn voor dat de duiven op een hok hun top niet meer weten te behalen. De prestaties kunnen onder de maat blijven of achteruit lopen. Maar dit hoeft beslist niet altijd het geval te zijn. Ik ken hokken die al jaren te maken hebben met deze bacterie en desondanks hoge ogen gooien op de meerdaagse fond. Onmogelijk zult U denken, maar niets is minder waar.
Hoe dat kan? Deze duiven hebben een hoge basisweerstand. Ze worden wat betreft verzorging in de watten gelegd waardoor er een evenwicht is tussen het ziekteverwekkende vermogen van de bacterie en het evenwicht van de duif.
Duiven herbergen meer ziekteverwekkende bacteriën dan we denken. Ik wil het nog wel eens vergelijken met de mensen die ziek worden na een natuurramp. Plotseling breekt dan bijvoorbeeld de Cholera uit. Komt deze bacterie dan uit het niets? Nee, natuurlijk niet. Een ‘gezonde mens’ droeg deze bacterie bij zich en scheidde deze uit. Doordat de omstandigheden voor de bacterie plotseling veel gunstiger werden, doordat het evenwicht werd verstoord, vanwege slechtere omstandigheden en minder weerstand, kon de bacterie zijn kans grijpen.
En dit is ook bij het salmonellaprobleem het geval.
Duiven die in goede conditie zijn zullen minder gauw besmet raken en als ze besmet raken zullen ze niet zo gauw ziek worden…tot de omstandigheden de bacterie meer kans geven. En dan gaat het balletje rollen. Dan kan de bacterie in de kolonie problemen gaan veroorzaken.
Preventief doet men er dus goed aan om de weerstand van de duiven op een zo hoog mogelijk niveau trachten te handhaven. Dat vereist echter een openstaan voor alternatieve wegen in veel gevallen. En niet iedere liefhebber staat hier voor open. Te veel liefhebbers blijven geloven dat het medicijnpotje uiteindelijk wel de oplossing zal brengen.
Als dierenarts weet ik als geen ander dat het soms onvermijdelijk is om medicijnen in te zetten. Immers als er een huis in de brand staat wil ook ik een brand blussen, dan ga ik ook echt niet praten over het plaatsen van brandmelders en brandblussers. Maar zodra er geen brand is, maar wel een dreiging van, dan is het zorgen voor voorbehoedende maatregelen meer dan gewenst.
Samenvattend kunnen we stellen dat het aanpakken van een echt paratyfusprobleem inspanning vereist op meerdere fronten. Uitsluitend met medicijnen of uitsluitend met een vaccinatie laat deze bacterie zich niet klein krijgen. Goede hygiënische maatregelen en degelijke preventieve gezondheidszorg zijn daarbij eveneens onmisbaar.
En preventieve gezondheidszorg, daar is een hele nieuwsbrief over vol te schrijven en wel meer dan een.
Peter Boskamp
Abonneren op:
Posts (Atom)
